Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. joch:
  2. Wiktionary:
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Joch:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor joch (Nederlands) in het Duits

joch:

joch [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het joch
    Gör; Kerlchen
    • Gör [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Kerlchen [das ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor joch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Gör joch blaag; dreumes; hummel; klein kind; kleintje; peuter; uk; worm; wurm
Kerlchen joch baasje; dreumes; gast; gozer; hummel; jochie; kerel; klein jongetje; klein kereltje; klein kind; kleintje; knakker; knul; man; peuter; uk; vent; ventje; worm; wurm

Wiktionary: joch

joch
noun
  1. gehoben, veraltend, süddeutsch: Kind männlichen Geschlechts
  2. männliches Kind
  3. junger Mann; Junge
  4. männliches Kind

Verwante vertalingen van joch



Duits

Uitgebreide vertaling voor joch (Duits) in het Nederlands

Joch:

Joch [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Joch
    het gareel; het tuig; de toom; het harnas
    • gareel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • tuig [het ~] zelfstandig naamwoord
    • toom [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • harnas [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. Joch
    het juk
    • juk [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Joch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gareel Joch
harnas Joch Panzer; Panzerung
juk Joch
toom Joch Lenkseil; Zaum; Zügel
tuig Joch Ausschuß; Gesindel; Lumpengesindel; Mob; Pöbel; Schund; Tauwerk; Want

Synoniemen voor "Joch":


Wiktionary: Joch


Cross Translation:
FromToVia
Joch juk yoke — wooden bar