Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. sluitstuk:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor sluitstuk (Nederlands) in het Engels

sluitstuk:

sluitstuk [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het sluitstuk (laatste opvoering; finale; slotstuk)
    the finale; the final piece; the concluding piece

Vertaal Matrix voor sluitstuk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
concluding piece finale; laatste opvoering; slotstuk; sluitstuk
final piece finale; laatste opvoering; slotstuk; sluitstuk
finale finale; laatste opvoering; slotstuk; sluitstuk

Verwante woorden van "sluitstuk":


Wiktionary: sluitstuk

sluitstuk
noun
  1. the top stone of an arch