Nederlands

Uitgebreide vertaling voor legeren (Nederlands) in het Engels

legeren:

legeren werkwoord (legeer, legeert, legeerde, legeerden, gelegeerd)

  1. legeren
    to encamp
    • encamp werkwoord (encamps, encamped, encamping)

Conjugations for legeren:

o.t.t.
  1. legeer
  2. legeert
  3. legeert
  4. legeren
  5. legeren
  6. legeren
o.v.t.
  1. legeerde
  2. legeerde
  3. legeerde
  4. legeerden
  5. legeerden
  6. legeerden
v.t.t.
  1. heb gelegeerd
  2. hebt gelegeerd
  3. heeft gelegeerd
  4. hebben gelegeerd
  5. hebben gelegeerd
  6. hebben gelegeerd
v.v.t.
  1. had gelegeerd
  2. had gelegeerd
  3. had gelegeerd
  4. hadden gelegeerd
  5. hadden gelegeerd
  6. hadden gelegeerd
o.t.t.t.
  1. zal legeren
  2. zult legeren
  3. zal legeren
  4. zullen legeren
  5. zullen legeren
  6. zullen legeren
o.v.t.t.
  1. zou legeren
  2. zou legeren
  3. zou legeren
  4. zouden legeren
  5. zouden legeren
  6. zouden legeren
en verder
  1. ben gelegeerd
  2. bent gelegeerd
  3. is gelegeerd
  4. zijn gelegeerd
  5. zijn gelegeerd
  6. zijn gelegeerd
diversen
  1. legeer!
  2. legeert!
  3. gelegeerd
  4. legerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor legeren:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
encamp legeren kamperen

Verwante woorden van "legeren":


Wiktionary: legeren

legeren
verb
  1. mix or combine

Cross Translation:
FromToVia
legeren connect; join; interconnect; liaise; alloy allierunir par une entente, un pacte. Ce verbe est alors généralement pronominal.

leger:

leger [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het leger (krijgsmacht; legermacht; strijdmacht; troepenmacht)
    the army; the armed forces; the military force; the military
    the force
    – a unit that is part of some military service 1
    • force [the ~] zelfstandig naamwoord
      • he sent Caesar a force of six thousand men1
  2. het leger (strijdmacht; heir; legermacht; krijgsmacht)
    the army; the military forces; the military force; the landforces; the forces; the armed forces
    the force
    – a unit that is part of some military service 1
    • force [the ~] zelfstandig naamwoord
      • he sent Caesar a force of six thousand men1
  3. het leger (hol van een dier; hol; schuilplaats)
    the lair; the hole; the burrow; the den
    • lair [the ~] zelfstandig naamwoord
    • hole [the ~] zelfstandig naamwoord
    • burrow [the ~] zelfstandig naamwoord
    • den [the ~] zelfstandig naamwoord
  4. het leger (hazenleger; lager)
    the camp
    • camp [the ~] zelfstandig naamwoord

leger bijvoeglijk naamwoord

  1. leger (militair)
    military; bellicose; by force of arms; warlike

Vertaal Matrix voor leger:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
armed forces heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht; troepenmacht krijgsmacht; landsverdediging; strijdkrachten
army heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht; troepenmacht heerschaar; landleger; landmacht; legerschaar
burrow hol; hol van een dier; leger; schuilplaats grot; hol; nest; spelonk
camp hazenleger; lager; leger kamp; kampement; kamperen; legering; legerkamp; legerplaats
den hol; hol van een dier; leger; schuilplaats hok; hut; hutje; krot; krotwoning
force heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht; troepenmacht aandrijfkracht; aandrijving; drijfkracht; forceren; geweld; kracht; macht; mankracht; motor; opdringen; stuwkracht; vermogen
forces heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht stuwkrachten
hole hol; hol van een dier; leger; schuilplaats aars; anus; barst; gaatje; gat; groef; inkeping; kloof; kuil; lek; lekken; nest; opening; reet; scheur; split; uitholling; uitsparing; waterlek
lair hol; hol van een dier; leger; schuilplaats ligbed; sponde
landforces heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht landleger; landmacht
military krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht; troepenmacht militair; soldaat
military force heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht; troepenmacht inzet van het leger; militair geweld; militair optreden
military forces heir; krijgsmacht; leger; legermacht; strijdmacht strijdkrachten
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
burrow doorwroeten; rondwroeten; snuffelen; woelen; wroeten; wroetend onderzoeken; wurmen
camp kamperen
force bevelen; commanderen; decreteren; doordrijven; dwingen; dwingen te doen; forceren; gebieden; gelasten; noodzaken tot; opdragen; opdringen; verordenen; verordonneren
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bellicose leger; militair strijdlustig; strijdvaardig; vechtlustig
military leger; militair
warlike leger; militair krijgshaftig; militant; oorlogszuchtig; strijdbaar; strijdzuchtig
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
by force of arms leger; militair gewapenderhand; met oorlogsgeweld

Verwante woorden van "leger":


Synoniemen voor "leger":


Verwante definities voor "leger":

  1. groep militairen die vecht voor een land2
    • het Duitse leger viel Nederland binnen2
  2. grote groep2
    • er was een leger mensen op de been2

Wiktionary: leger

leger
noun
  1. een militaire strijdmacht
leger
noun
  1. armed forces
  2. multitude of people arrayed as an army
  3. large group of social animals working towards the same purpose
  4. any multitude
  5. large group of people working towards the same purpose
  6. military force concerned mainly with ground operations
en-plural noun
  1. the military forces of a nation

Cross Translation:
FromToVia
leger military Armee — die gesamten organisierten militärischen Streitkräfte eines Staates
leger shoal; seabed; layer; bed; stratum; deposit; oilfield; goldfield; vein; berth; couch; encampment; lair gisement — marine|fr situation des côtes de la mer.