Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. puppy:
    • Wiktionary:
      puppy → puppy
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. puppy:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor puppy (Engels) in het Nederlands

puppy:

puppy [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the puppy (cub; pup)
    – a young dog 1
    het jong; de welp; het hondje
    • jong [het ~] zelfstandig naamwoord
    • welp [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • hondje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor puppy:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hondje cub; pup; puppy dog; doggie; hound; puppie
jong cub; pup; puppy
welp cub; pup; puppy
- pup
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
jong young; youngish; youthful
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- pup

Verwante woorden van "puppy":

  • puppies

Synoniemen voor "puppy":


Verwante definities voor "puppy":

  1. a young dog1
  2. an inexperienced young person1

Wiktionary: puppy

puppy
noun
  1. young dog
puppy
noun
  1. is de benaming van een pas geboren en van een jonge hond

Cross Translation:
FromToVia
puppy jong; pup; welp Welpe — junger Fuchs, Wolf oder Hund

Verwante vertalingen van puppy