Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. snot:
  2. Wiktionary:
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. snot:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor snot- (Nederlands) in het Engels

snot:

snot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de snot
    the snot; the mucus
    • snot [the ~] zelfstandig naamwoord
    • mucus [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor snot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mucus snot slijm
snot snot

Verwante woorden van "snot":

  • snoten, snotje, snotjes

Wiktionary: snot

snot
noun
  1. een slijmerige afscheiding uit de neusholte
snot
noun
  1. mucus

Cross Translation:
FromToVia
snot snot; glanders morve — Humeur qui découle des narines


Wiktionary: snot-

snot-
adjective
  1. dirtied with snot

Verwante vertalingen van snot-



Engels

Uitgebreide vertaling voor snot- (Engels) in het Nederlands

snot:

snot [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the snot (mucus)
    de snot
    • snot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor snot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
snot mucus; snot
- prig; snob; snoot

Verwante woorden van "snot":

  • snots

Synoniemen voor "snot":

  • snob; prig; snoot; unpleasant person; disagreeable person
  • mucus; mucous secretion

Verwante definities voor "snot":

  1. nasal mucus1
  2. a person regarded as arrogant and annoying1

Wiktionary: snot

snot
noun
  1. mucus
  2. contemptible child
snot
noun
  1. een slijmerige afscheiding uit de neusholte

Cross Translation:
FromToVia
snot snot morve — Humeur qui découle des narines

Verwante vertalingen van snot-