Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. beginner:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor beginner (Nederlands) in het Spaans

beginner:

beginner [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de beginner (beginneling; aspirant)
    el principiante; el debutante; el aspirante
  2. de beginner
    la principiante; el iniciador; el debutante; el principante

Vertaal Matrix voor beginner:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aspirante aspirant; beginneling; beginner aspirant; aspirante; gegadigde; geinteresseerde; kandidaat; kandidaten
debutante aspirant; beginneling; beginner debutant; debutante; starter
iniciador beginner aanstichter; initiatiefnemer; initiator; veroorzaker
principante beginner
principiante aspirant; beginneling; beginner beginnelinge; beginster; eerstejaars; eerstejaars student; foet; groentje; nieuwkomer; starter

Verwante woorden van "beginner":


Wiktionary: beginner

beginner
noun
  1. iemand die nog maar net iets gaan beoefenen

Cross Translation:
FromToVia
beginner principiante; iniciado beginner — someone who just recently started
beginner neófito neophyte — beginner
beginner novato; principiante novice — beginner
beginner diletante; aficionado; amateur Dilettant — Liebhaber von etwas ohne professionelle Kenntnisse (heute meist abwertend gebraucht)