Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. bek:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bek (Nederlands) in het Spaans

bek:

bek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de bek (smoel; muil; waffel; smoelwerk)
    la mandíbulas; la boca; el pico; la bocaza
    • mandíbulas [la ~] zelfstandig naamwoord
    • boca [la ~] zelfstandig naamwoord
    • pico [el ~] zelfstandig naamwoord
    • bocaza [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bek:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boca bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel brutaal zijn; grote mond hebben; mond; monding; tater
bocaza bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel brutaal zijn; flapuit; grote mond hebben; mond; tater
mandíbulas bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel
pico bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel bergspits; bergtop; brutaal zijn; centrumspits; grote mond hebben; hoogst haalbare; hoogtepunt; mond; piek; snavel; snebben; spits; summum; tater; top; toppunt; tuit; vogelbek

Verwante woorden van "bek":


Wiktionary: bek

bek
noun
  1. snavel van vogels

Cross Translation:
FromToVia
bek pico beak — structure projecting from a bird's face
bek pico bill — bird's beak
bek boca mouth — the opening of an animal through which food is ingested
bek pico SchnabelZoologie: das Mundwerkzeug bestimmter Tiere
bek hocico Schnauze — vorspringender Maul- und Nasenbereich bei Tieren
bek desembocadura; boca embouchure — géographie|fr lieu où se jeter un fleuve dans la mer ou par lequel une rivière se jette dans un fleuve ou dans une autre rivière.
bek fauces; abismo; despeñadero; precipicio gouffrecavité large et profonde, vide ou remplie d’eau.
bek fauces; hocico; boca gueulebouche chez les animaux carnassiers, chez certains poissons et certains gros reptiles.

Verwante vertalingen van bek