Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. complot:
  2. Wiktionary:
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. complot:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor complot (Nederlands) in het Spaans

complot:

complot [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het complot (samenzwering)
    la conjuración; el complot; la conjura; la confabulación

Vertaal Matrix voor complot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
complot complot; samenzwering gekonkel; intrige; konkelarij
confabulación complot; samenzwering samenspanning
conjura complot; samenzwering
conjuración complot; samenzwering

Verwante woorden van "complot":

  • complotten

Wiktionary: complot

complot
noun
  1. geheime samenwerking van meerdere personen om een bepaald doel te bereiken

Cross Translation:
FromToVia
complot conspiración conspiracy — act of working in secret to obtain some goal
complot complot plot — secret plan to achieve an end



Spaans

Uitgebreide vertaling voor complot (Spaans) in het Nederlands

complot:

complot [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el complot (conjuración; conjura; confabulación)
    de samenzwering; het complot
  2. el complot (intriga; enredo; intrigas; maquinaciones)
    de intrige; het gekonkel; de konkelarij

Vertaal Matrix voor complot:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
complot complot; confabulación; conjura; conjuración
gekonkel complot; enredo; intriga; intrigas; maquinaciones
intrige complot; enredo; intriga; intrigas; maquinaciones embrollo; enredo; intriga; lío
konkelarij complot; enredo; intriga; intrigas; maquinaciones
samenzwering complot; confabulación; conjura; conjuración

Wiktionary: complot

complot
noun
  1. geheime samenwerking van meerdere personen om een bepaald doel te bereiken

Cross Translation:
FromToVia
complot spannig Komplott — gemeinschaftliche und abgesprochene Verschwörung
complot complot; samenzwering plot — secret plan to achieve an end