Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. ingreep:
  2. ingrijpen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor ingreep (Nederlands) in het Spaans

ingreep:

ingreep [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de ingreep (interventie; tussenkomst; inmenging)
    la intervención; la interposición; la operación; la ingerencia; la mediación; la intromisión

Vertaal Matrix voor ingreep:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ingerencia ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst
interposición ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst inlassing; invoeging; tussenvoeging; tussenvoegsel
intervención ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst bemiddeling; bemoeienis; embargo; inlating; inmenging; interferentie; medische ingreep; operatie; toedoen; verrichting; voorspraak
intromisión ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst
mediación ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst bemiddeling; interferentie; voorspraak
operación ingreep; inmenging; interventie; tussenkomst bewerking; chirurgische ingreep; operatie; verrichting

Wiktionary: ingreep


Cross Translation:
FromToVia
ingreep operación opérationaction d’opérer.

ingrijpen:

ingrijpen werkwoord (grijp in, grijpt in, greep in, grepen in, ingegrepen)

  1. ingrijpen (tussenbeide komen; interfereren; interveniëren; )
  2. ingrijpen (toetasten; toegrijpen; zich bedienen; grijpen; aanpakken)

Conjugations for ingrijpen:

o.t.t.
  1. grijp in
  2. grijpt in
  3. grijpt in
  4. grijpen in
  5. grijpen in
  6. grijpen in
o.v.t.
  1. greep in
  2. greep in
  3. greep in
  4. grepen in
  5. grepen in
  6. grepen in
v.t.t.
  1. heb ingegrepen
  2. hebt ingegrepen
  3. heeft ingegrepen
  4. hebben ingegrepen
  5. hebben ingegrepen
  6. hebben ingegrepen
v.v.t.
  1. had ingegrepen
  2. had ingegrepen
  3. had ingegrepen
  4. hadden ingegrepen
  5. hadden ingegrepen
  6. hadden ingegrepen
o.t.t.t.
  1. zal ingrijpen
  2. zult ingrijpen
  3. zal ingrijpen
  4. zullen ingrijpen
  5. zullen ingrijpen
  6. zullen ingrijpen
o.v.t.t.
  1. zou ingrijpen
  2. zou ingrijpen
  3. zou ingrijpen
  4. zouden ingrijpen
  5. zouden ingrijpen
  6. zouden ingrijpen
diversen
  1. grijp in!
  2. grijpt in!
  3. ingegrepen
  4. ingrijpend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor ingrijpen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
intervenir bemiddelen; ingrijpen; interfereren; interrumperen; interveniëren; tussenbeide komen; tussenkomen bemiddelen; optreden; performen; spelen; tussenkomen; tussenspringen
intervenir en bemiddelen; ingrijpen; interfereren; interrumperen; interveniëren; tussenbeide komen; tussenkomen bemoeien; inmengen; meedoen; meespelen; mengen
servirse aanpakken; grijpen; ingrijpen; toegrijpen; toetasten; zich bedienen
servirse a sí mismo aanpakken; grijpen; ingrijpen; toegrijpen; toetasten; zich bedienen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
intervenir tussenbeide

Wiktionary: ingrijpen

ingrijpen
verb
  1. zich beslissend mengen in het verloop van iets

Cross Translation:
FromToVia
ingrijpen intervenir intervene — to come between, or to be between, persons or things

Verwante vertalingen van ingreep