Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. invalide:
  2. Wiktionary:
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. invalidar:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor invalide (Nederlands) in het Spaans

invalide:

invalide bijvoeglijk naamwoord

  1. invalide (gehandicapt)
    inválido; minusválido

invalide [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de invalide (gehandicapte)
    el minusválido; el incapacitado

Vertaal Matrix voor invalide:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
incapacitado gehandicapte; invalide WAOer; afgedankte; afgekeurde; gehandicapte
inválido hulpeloosheid; impotentie; krachteloosheid; onmacht
minusválido gehandicapte; invalide
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
incapacitado arbeidsongeschikt; onvolwaardig
inválido gehandicapt; invalide hulpvragend; hulpzoekend; onvolwaardig; steunzoekend
minusválido gehandicapt; invalide kreupel; lam; mank; onvolwaardig

Wiktionary: invalide

invalide
noun
  1. iemand die door een gebrek beperkt is in zijn mogelijkheden
adjective
  1. (medisch, nld) door een gebrek beperkt in zijn mogelijkheden

Cross Translation:
FromToVia
invalide minusválido; discapacitado handicapped — having a handicap



Spaans

Uitgebreide vertaling voor invalide (Spaans) in het Nederlands

invalidar:

invalidar werkwoord

  1. invalidar (anular; amortizar; cancelar)
    tenietdoen; delgen; vernietigen
    • tenietdoen werkwoord
    • delgen werkwoord (delg, delgt, delgde, delgden, gedelgd)
    • vernietigen werkwoord (vernietig, vernietigt, vernietigde, vernietigden, vernietigd)
  2. invalidar
    overschrijven
    • overschrijven werkwoord (overschrijf, overschrijft, overschreef, overschreven, overschreven)

Conjugations for invalidar:

presente
  1. invalido
  2. invalidas
  3. invalida
  4. invalidamos
  5. invalidáis
  6. invalidan
imperfecto
  1. invalidaba
  2. invalidabas
  3. invalidaba
  4. invalidábamos
  5. invalidabais
  6. invalidaban
indefinido
  1. invalidé
  2. invalidaste
  3. invalidó
  4. invalidamos
  5. invalidasteis
  6. invalidaron
fut. de ind.
  1. invalidaré
  2. invalidarás
  3. invalidará
  4. invalidaremos
  5. invalidaréis
  6. invalidarán
condic.
  1. invalidaría
  2. invalidarías
  3. invalidaría
  4. invalidaríamos
  5. invalidaríais
  6. invalidarían
pres. de subj.
  1. que invalide
  2. que invalides
  3. que invalide
  4. que invalidemos
  5. que invalidéis
  6. que invaliden
imp. de subj.
  1. que invalidara
  2. que invalidaras
  3. que invalidara
  4. que invalidáramos
  5. que invalidarais
  6. que invalidaran
miscelánea
  1. ¡invalida!
  2. ¡invalidad!
  3. ¡no invalides!
  4. ¡no invalidéis!
  5. invalidado
  6. invalidando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor invalidar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
overschrijven copiar; usar chuletas
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
delgen amortizar; anular; cancelar; invalidar
overschrijven invalidar copiar; depositar; pagar; pasar; remitir; sobrescribir; transcribir; transferir; transmitir
tenietdoen amortizar; anular; cancelar; invalidar
vernietigen amortizar; anular; cancelar; invalidar aniquilar; anular; cancelar; demoler; derribar; destrozar; destruir; devastar; disipar; malograr; romper

Wiktionary: invalidar


Cross Translation:
FromToVia
invalidar annuleren annul — formally revoke the validity of
invalidar annuleren; ongeldig maken void — to make invalid or worthless