Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. land:
  2. Land:
  3. Åland:
  4. landen:
  5. Wiktionary:
Spaans naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. land-:
    Het woord land- is bekend in onze database, echter hebben wij hiervoor nog geen vertaling van spaans naar nederlands.


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor land- (Nederlands) in het Spaans

land:

land [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het land (landmassa)
    la tierra
    • tierra [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. het land (natie; staat; rijk)
    el Estado; la nación; el estado; la administración; la autoridades
  3. het land (landschap)
    el país; el paisaje; la tierra; el campo
    • país [el ~] zelfstandig naamwoord
    • paisaje [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tierra [la ~] zelfstandig naamwoord
    • campo [el ~] zelfstandig naamwoord
  4. het land (platteland)
    el campo
    • campo [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor land:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Estado land; natie; rijk; staat staat
administración land; natie; rijk; staat administratie; autoriteiten; beheer; bescherming; bestuur; bewaking; bureau; controle; directie; gezag; gouvernement; hoede; intendance; kabinet; leiding; lessenaar; openbaar gezag; overheid; regering; rentmeesterschap; rijksbestuur; schrijfbureau; schrijftafel; toediening; toezicht; zeggenschap; zorg
autoridades land; natie; rijk; staat autoriteiten; gezaghebbenden; gezaghebbers; hogerhand; openbaar gezag; overheid; rijksbestuur
campo land; landschap; platteland akker; bouwland; bouwterrein; emplacement; gebied; gevecht; gras; grasmat; grond; kamp; kavel; legerplaats; mat; perceel; platteland; rayon; rayon van een bedrijf; strijd; terrein; veld; worsteling
estado land; natie; rijk; staat beding; bepaling; beperking; beschikbaarheid; betalingsstatus; conditie; criterium; eis; gesteldheid; goedkeuringsstatus; heisa; kriterium; omstandigheden; omstandigheid; online status; positie; situatie; staat; status; toestand; voorwaarde
nación land; natie; rijk; staat mensen; natie; volk
paisaje land; landschap
país land; landschap
tierra land; landmassa; landschap aarde; aardkorst; akker; bodem; bodemoppervlak; bouwland; compost; droge; grond; pootaarde; stadswal; teelaarde; veld; veste; vloer; wereld
- rijk; staat

Verwante woorden van "land":


Synoniemen voor "land":


Verwante definities voor "land":

  1. wat geen stad is1
    • wij wonen op het (platte)land1
  2. wat niet door water bedekt is1
    • we stappen uit de boot, we gaan aan land1
  3. gebied binnen bepaalde grenzen met eigen regering1
    • in dit land wonen 14 miljoen mensen1

Wiktionary: land

land
noun
  1. gedeelte van het aardoppervlak dat boven water uitsteekt
  2. dat deel van de aardbodem dat geschikt is voor of gebruikt wordt voor bebouwing of landbouw en veeteelt
  3. een geografisch gebied aan één bepaald gezag onderworpen
  4. niet verstedelijkt gebied
  5. het eigen land, het land waar men geboren is

Cross Translation:
FromToVia
land país country — region of land
land país country — nation state
land tierra land — part of Earth which is not covered by oceans or other bodies of water
land país; patria land — country or region
land sin litoral landlocked — surrounded by land
land campo; agro champ — Terrain de campagne
land comarca; región; país contrée — géographie|fr certain étendue de pays.
land gleba glèbeterre du domaine auquel un serf était attacher, à l’époque féodale, en sorte qu’on le vendre avec le fonds.
land tierra terre — Surface de notre planète qui n’est pas recouverte par l’eau
land tierra terre — Partie que l’on possède

Land:


Vertaal Matrix voor Land:

Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
País o región Land

Åland:

Åland [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. Åland
    Islas Åland

Vertaal Matrix voor Åland:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Islas Åland Åland

land- vorm van landen:

landen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de landen
    el países; la tierras
    • países [el ~] zelfstandig naamwoord
    • tierras [la ~] zelfstandig naamwoord

landen werkwoord (land, landt, landde, landden, geland)

  1. landen (aankomen op vliegveld)
  2. landen (terechtkomen; neerkomen; op de grond komen)
    arribar; llegar
  3. landen (neerdalen; afdalen; neerkomen; )

Conjugations for landen:

o.t.t.
  1. land
  2. landt
  3. landt
  4. landen
  5. landen
  6. landen
o.v.t.
  1. landde
  2. landde
  3. landde
  4. landden
  5. landden
  6. landden
v.t.t.
  1. ben geland
  2. bent geland
  3. is geland
  4. zijn geland
  5. zijn geland
  6. zijn geland
v.v.t.
  1. was geland
  2. was geland
  3. was geland
  4. waren geland
  5. waren geland
  6. waren geland
o.t.t.t.
  1. zal landen
  2. zult landen
  3. zal landen
  4. zullen landen
  5. zullen landen
  6. zullen landen
o.v.t.t.
  1. zou landen
  2. zou landen
  3. zou landen
  4. zouden landen
  5. zouden landen
  6. zouden landen
diversen
  1. land!
  2. landt!
  3. geland
  4. landend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor landen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
descender afdalen; afklimmen; afstijgen
países landen
tierras landen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
arribar landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen
aterrizar aankomen op vliegveld; landen
descender afdalen; landen; naar beneden dalen; naar beneden komen; neerdalen; neerkomen; omlaagkomen achteruitgaan; afnemen; afrijden; dalen; declineren; er tussenuit knijpen; er vandoor gaan; eraf rijden; erafklimmen; erop achteruitgaan; geld inleveren; kelderen; minder worden; naar beneden gaan; naar beneden lopen; naar beneden rijden; naar beneden vallen; neer laten zakken; omlaaggaan; omlaagrijden; omlaagvallen; ontglippen; ontkomen; ontsnappen aan; ontvluchten; uitbuiken; uitzakken; vallen; vluchten; wegkomen; weglopen; wegrennen; zakken; zich vrijmaken
llegar landen; neerkomen; op de grond komen; terechtkomen aankomen; afsluiten; arriveren; belanden; betreden; beëindigen; binnengaan; binnenkomen; binnenlopen; binnenstappen; binnentreden; een einde maken aan; eindigen; finishen; geraken; ingaan; ophouden; stoppen; terecht komen; terechtkomen; uithebben; uitkrijgen; verzeilen
llegar al aeropuerto aankomen op vliegveld; landen
venir bajando afdalen; landen; naar beneden dalen; naar beneden komen; neerdalen; neerkomen; omlaagkomen

Verwante woorden van "landen":


Wiktionary: landen

landen
verb
  1. vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten

Cross Translation:
FromToVia
landen aterrizar land — to descend to a surface, especially from the air
landen aterrizar land — to bring to land
landen comenzar; salir al paso aborder — intransitif|fr marine|fr arriver au bord, prendre terre.
landen aterrizar atterrir — Arriver au voisinage de la terre (Sens général)


Wiktionary: land-


Cross Translation:
FromToVia
land- provincia; campestre; campesino; provinciano; campo country — of, from or pertaining to the countryside (adjective)

Verwante vertalingen van land-



Spaans

Uitgebreide vertaling voor land- (Spaans) in het Nederlands

landó:


Synoniemen voor "landó":