Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. mond:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor mond (Nederlands) in het Spaans

mond:

mond [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de mond
    la boca; el pico; la bocaza
    • boca [la ~] zelfstandig naamwoord
    • pico [el ~] zelfstandig naamwoord
    • bocaza [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor mond:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boca mond bek; brutaal zijn; grote mond hebben; monding; muil; smoel; smoelwerk; tater; waffel
bocaza mond bek; brutaal zijn; flapuit; grote mond hebben; muil; smoel; smoelwerk; tater; waffel
pico mond bek; bergspits; bergtop; brutaal zijn; centrumspits; grote mond hebben; hoogst haalbare; hoogtepunt; muil; piek; smoel; smoelwerk; snavel; snebben; spits; summum; tater; top; toppunt; tuit; vogelbek; waffel
- klep; lip

Verwante woorden van "mond":

  • mondden, monden

Synoniemen voor "mond":


Verwante definities voor "mond":

  1. holte achter je lippen waarmee je eet en praat1
    • ik stak een stuk brood in zijn mond1

Wiktionary: mond

mond
noun
  1. ingang van het spijsverteringskanaal

Cross Translation:
FromToVia
mond boca mouth — the opening of an animal through which food is ingested
mond boca MundAnatomie: Öffnung im unteren Teil des menschlichen Gesichtes (beim Tier: Maul, Schnabel), hauptsächlich zur Nahrungsaufnahme und zur Lautbildung benutzt
mond boca bouche — Ouverture pour se nourrir.
mond boca bouche — Organe de la voix.
mond boca bouche — Personne à nourrir.
mond desembocadura; boca embouchure — géographie|fr lieu où se jeter un fleuve dans la mer ou par lequel une rivière se jette dans un fleuve ou dans une autre rivière.

Verwante vertalingen van mond