Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. luik:
  2. Luik:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor Luik (Nederlands) in het Frans

luik:

luik [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het luik
    l'écoutille; le volet; la trappe; le contrevent
  2. het luik (onderdeur)
    le battant inférieur; la puce; le microbe

Vertaal Matrix voor luik:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
battant inférieur luik; onderdeur
contrevent luik blind; vensterluik
microbe luik; onderdeur bacterie; microbe; onderdeurtje
puce luik; onderdeur chip; haarkrul; krul; onderdeurtje; vlo
trappe luik kelderluik; klamp; mijt; valklep; valkuil; valluik
volet luik blind; deelvenster; sluitklep; vensterluik
écoutille luik

Verwante woorden van "luik":

  • luiken, luikje

Wiktionary: luik

luik
noun
  1. panneau ou battant qui protège une fenêtre

Cross Translation:
FromToVia
luik trappe hatch — horizontal door
luik volet shutter — protective panels over windows

Luik:


Vertaal Matrix voor Luik:

OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
province de Liège Luik

Wiktionary: Luik

Luik
  1. -

Cross Translation:
FromToVia
Luik Liège Liège — province in Belgium