Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. droge:
  2. droog:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor droge (Nederlands) in het Frans

droge:

droge bijvoeglijk naamwoord

  1. droge
    sec; excitant
    • sec bijvoeglijk naamwoord
    • excitant bijvoeglijk naamwoord

droge [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het droge
    le sec
    • sec [le ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor droge:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
excitant doping; pep; pepmiddel
sec droge
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
excitant droge geil; heet; hitsig; opgewonden; ophitsend; opstokend; opwindend; pikant; seksueel opgewonden; sexy; zinnenprikkelend
sec droge bar; bits; dor; droog; droogjes; kattig; onbegroeid; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onvoorzien; onvriendelijk; pezig; pinnig; regenarm; schraal; schriel; sec; snauwerig; snibbig; spinnig; verdord; verlept; verwelkt; vinnig; zenig

Verwante woorden van "droge":


Wiktionary: droge


Cross Translation:
FromToVia
droge sec dry — free from liquid or moisture

droge vorm van droog:

droog bijvoeglijk naamwoord

  1. droog (verdord; dor)
    sec; aride; desséché; stérile; infertile
  2. droog (schraal; schriel)
    sec; pauvre; mince; désseché; frugal; aride; peu; maigre; minable; grêle; tari; misérable; pitoyable; chiche; malingre; pingre; ladre

Vertaal Matrix voor droog:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
misérable deugniet; ellendeling; etter; etterbak; fielt; flierefluiter; geitenbreier; guit; klier; kreng; lammeling; lamzak; lanterfant; lanterfanter; lapzwans; leegloper; lijntrekker; mispunt; naarling; nietsnut; pauper; rakker; rotzak; schoft; schurk; slampamper; slapkous; smeerlap; smiecht; snaak; stinkerd; stuk ongeluk
peu beetje
sec droge
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
peu iets; wat
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aride dor; droog; schraal; schriel; verdord bar; dor; infertiel; kaal; onbegroeid; ongastvrij; onherbergzaam; onvruchtbaar; regenarm; ruig; schraal; steriel; verdord; verlept; verwelkt
chiche droog; schraal; schriel berooid; gierig; inhalig; karig; krap; krenterig; mager; niet overvloedig; pover; schraal; schraperig; vrekkig
desséché dor; droog; verdord opgedroogd; verdord; verlept; verwelkt
désseché droog; schraal; schriel
frugal droog; schraal; schriel dor; eenvoudig; frugaal; infertiel; karig; krap; matig; niet overvloedig; onvruchtbaar; schraal; sober
grêle droog; schraal; schriel dun; fijn; geen vet op de botten hebbende; iel; lang en dun; mager; schraal; schriel; slank en smal; spichtig
infertile dor; droog; verdord dor; infertiel; onvruchtbaar; schraal
ladre droog; schraal; schriel gierig; inhalig; krenterig; schraperig; vrekkig
maigre droog; schraal; schriel armelijk; armoedig; armzalig; benig; berooid; dun; fijn; fijngebouwd; geen vet op de botten hebbende; halfvet; iel; ingevallen; karig; laagcalorisch; lang en dun; lichtgebouwd; luizig; luttel; mager; piekerig; pover; rank; schamel; schooierig; schraal; schriel; slank; spinachtig; sprietig; tenger; vetarm; vetloos; weinig
malingre droog; schraal; schriel
minable droog; schraal; schriel achterbaks; armoedig; armzalig; bar; bedonderd; belazerd; deerniswekkend; diep ongelukkig; doortrapt; ellendig; erbarmelijk; erg; flodderig; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; haveloos; in het geniep; leep; listig; luizig; pover; rampzalig; schamel; schooierig; sjofel; sjofeltjes; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt; verlopen
mince droog; schraal; schriel armzalig; berooid; dun; fijn; fijngebouwd; geen vet op de botten hebbende; iel; karig; lang en dun; lichtgebouwd; mager; piekerig; pover; rank; schamel; schraal; schriel; slank; slank en smal; spichtig; spinachtig; sprieterig; sprietig; tenger
misérable droog; schraal; schriel akelig; armelijk; armetierig; armoedig; armzalig; bar; bedonderd; belazerd; beroerd; deerniswekkend; deplorabel; diep ongelukkig; ellendig; ellendige; erbarmelijk; erg; flodderig; funest; futloos; haveloos; hokkerig; karig; kwijnend; lamlendig; lamzalig; luizig; lusteloos; mager; mat; meelijwekkend; miserabel; naar; noodlottig; ongelukkig; pover; rampzalig; schamel; schooierig; schraal; sjofel; sjofeltjes; slap; verlopen
pauvre droog; schraal; schriel arm; armelijk; armetierig; armoedig; armzalig; behoeftig; bekaaid; berooid; deerlijk; deplorabel; dor; ellendig; er bekaaid afkomen; flodderig; haveloos; hokkerig; inferieur; karig; kommerlijk; luizig; mager; meelijwekkend; minderwaardig; minvermogend; miserabel; noodlijdend; onbemiddeld; ondermaats; ondeugdelijk; ongegoed; onvermogend; pover; schamel; schooierig; schraal; sjofel; sjofeltjes; slecht; tweederangs; verlopen; zwak
peu droog; schraal; schriel luttel; weinig
pingre droog; schraal; schriel gierig; inhalig; krenterig; schraperig; vrekkig
pitoyable droog; schraal; schriel armzalig; bar; bedonderd; beklagenswaardig; belazerd; deerlijk; deerniswekkend; deplorabel; diep ongelukkig; ellendig; ellendige; erbarmelijk; erg; jammerlijk; karig; mager; meelijwekkend; miserabel; ontzettend; pover; rampzalig; schamel; schraal; schrikaanjagend; schrikbarend; schrikwekkend; stakkerig; verschrikkelijk; vreselijk; zielig
sec dor; droog; schraal; schriel; verdord bar; bits; droge; droogjes; kattig; onbegroeid; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onvoorzien; onvriendelijk; pezig; pinnig; regenarm; sec; snauwerig; snibbig; spinnig; verdord; verlept; verwelkt; vinnig; zenig
stérile dor; droog; verdord bacteriënvrij; dor; infertiel; kiemvrij; onvruchtbaar; schraal; vrij van ziektekiemen
tari droog; schraal; schriel

Verwante woorden van "droog":


Antoniemen van "droog":


Verwante definities voor "droog":

  1. niet zoet van smaak1
    • dit is een droge wijn1
  2. wie grappige dingen op een serieuze manier zegt1
    • Nejdat maakte een droge opmerking1
  3. zonder vloeistof1
    • de was is droog1

Wiktionary: droog

droog
adjective
  1. geen of zeer weinig vocht bevattend.
    • droogsec

Cross Translation:
FromToVia
droog sec dry — free from liquid or moisture
droog sec parched — dry