Nederlands

Uitgebreide vertaling voor meegaand (Nederlands) in het Frans

meegaand:

meegaand bijvoeglijk naamwoord

  1. meegaand (inschikkelijk; soepel; gewillig; )
    complaisant; indulgent; coulant; avec indulgence; facile à vivre; avec complaisance; souple; docile; empressé; docilement; accommodant; avec empressement
  2. meegaand (buigzaam; flexibel; soepel)
    flexible; avec souplesse; souple; élastique; maniable
  3. meegaand (gedwee; onderworpen; volgzaam)
    soumis; facilement; flexible; soumis à; facile; souple; docile; obéissant; maniable; docilement

Vertaal Matrix voor meegaand:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
élastique elastiek; elastiekje; rubberen band
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
facilement gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam aangenaam; comfortabel; eenvoudig; gemakkelijk; geriefelijk; in een handomdraai; licht; lichtwegend; makkelijk; moeiteloos; niet moeilijk; op rolletjes; rap; simpel; snel; vanzelf; vlot; vlug; zonder moeite
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accommodant gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend aangenaam; bereidwillig; fijn; gehoorzaam; genoeglijk; handzaam; lekker; prettig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend
avec complaisance gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk
avec empressement gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend
avec indulgence gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend
avec souplesse buigzaam; flexibel; meegaand; soepel lenig; soepel
complaisant gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend beleefd; bereidvaardig; bereidwillig; beschaafd; gehoorzaam; gemanierd; gewillig; goedwillig; tegemoetkomend; toeschietelijk; voorkomend; wellevend; welopgevoed; welwillend
coulant gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend gehoorzaam; stromend; vliedend; vloeiend; vlot
docile gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; onderworpen; soepel; toegeeflijk; toegevend; volgzaam bijkomstig; dienstbaar; dienstwillig; gedienstig; gehoorzaam; inferieur; knechts; onderdanig; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen; serviel; slaafs; tam; volgzaam; willig
docilement gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; onderworpen; soepel; toegeeflijk; toegevend; volgzaam dienstbaar; dienstwillig; gehoorzaam; tam; willig
empressé gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; dienstbaar; dienstwillig; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; willig; zachtaardig
facile gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam aangenaam; comfortabel; eenvoudig; gemakkelijk; geriefelijk; grif; grifweg; in een handomdraai; licht; lichtwegend; makkelijk; met gemak; moeiteloos; niet moeilijk; ongecompliceerd; simpel; vanzelf; vlot; zonder moeite
facile à vivre gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend
flexible buigzaam; flexibel; gedwee; meegaand; onderworpen; soepel; volgzaam buigbaar; buigzaam; elastisch; flexibel; kneedbaar; lenig; rekbaar; soepel; veerkrachtig; verend; vormbaar; wendbaar
indulgent gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend aanspreekbaar; barmhartig; benaderbaar; clement; genaakbaar; genaderijk; genadig; lankmoedig; medelevend; meelevend; meevoelend; op een aardige manier; ruimhartig; toegankelijk; toeschietelijk; tolerant; verdraagzaam; vergevend; vergevingsgezind; verzoenend; vriendelijk
maniable buigzaam; flexibel; gedwee; meegaand; onderworpen; soepel; volgzaam bestuurbaar; buigbaar; eenvoudig te bedienen; flexibel; gemakkelijk te hanteren; handelbaar; handzaam; hanteerbaar; kneedbaar; makkelijk in het gebruik; soepel; tam; vormbaar; wendbaar
obéissant gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam dienstbaar; dienstwillig; gedienstig; gehoorzaam; slaafs; tam; volgzaam; willig
soumis gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam afhankelijk; berustend; bijkomstig; gelaten; horig; inferieur; knechts; kruiperig; lijdelijk; onderdanig; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen; onvrij; serviel; slaafs; tam
soumis à gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam gedomineerd; knechts; onderdanig; onderworpen; serviel; slaafs
souple buigzaam; flexibel; gedwee; gewillig; inschikkelijk; meegaand; onderworpen; soepel; toegeeflijk; toegevend; volgzaam buigbaar; flexibel; kneedbaar; lenig; plooibaar; soepel; vormbaar; vouwbaar; wendbaar
élastique buigzaam; flexibel; meegaand; soepel buigbaar; elastisch; flexibel; kneedbaar; rekbaar; soepel; veerkrachtig; verend; vormbaar

Verwante woorden van "meegaand":


Wiktionary: meegaand

meegaand
adjective
  1. Qui s’accommoder à tous et à tout.
  2. Qui cède facilement au toucher

Cross Translation:
FromToVia
meegaand accomodant nachgiebigCharakter: einen Standpunkt nicht konsequent verfolgend

meegaan:

meegaan werkwoord (ga mee, gaat mee, ging mee, gingen mee, meegegaan)

  1. meegaan (vergezellen; begeleiden; chaperonneren; )
    accompagner; conduire; escorter; mener; chaperonner
    • accompagner werkwoord (accompagne, accompagnes, accompagnons, accompagnez, )
    • conduire werkwoord (conduis, conduit, conduisons, conduisez, )
    • escorter werkwoord (escorte, escortes, escortons, escortez, )
    • mener werkwoord (mène, mènes, menons, menez, )
    • chaperonner werkwoord (chaperonne, chaperonnes, chaperonnons, chaperonnez, )

Conjugations for meegaan:

o.t.t.
  1. ga mee
  2. gaat mee
  3. gaat mee
  4. gaan mee
  5. gaan mee
  6. gaan mee
o.v.t.
  1. ging mee
  2. ging mee
  3. ging mee
  4. gingen mee
  5. gingen mee
  6. gingen mee
v.t.t.
  1. ben meegegaan
  2. bent meegegaan
  3. is meegegaan
  4. zijn meegegaan
  5. zijn meegegaan
  6. zijn meegegaan
v.v.t.
  1. was meegegaan
  2. was meegegaan
  3. was meegegaan
  4. waren meegegaan
  5. waren meegegaan
  6. waren meegegaan
o.t.t.t.
  1. zal meegaan
  2. zult meegaan
  3. zal meegaan
  4. zullen meegaan
  5. zullen meegaan
  6. zullen meegaan
o.v.t.t.
  1. zou meegaan
  2. zou meegaan
  3. zou meegaan
  4. zouden meegaan
  5. zouden meegaan
  6. zouden meegaan
diversen
  1. ga mee!
  2. gaat mee!
  3. meegegaan
  4. meegaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor meegaan:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
accompagner begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; vergezellen; volgen begeleiden; meerijden; rondleiden; wegbrengen
chaperonner begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; vergezellen; volgen
conduire begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; vergezellen; volgen aan het stuur zitten; aanvoeren; begeleiden; besturen; karren; leiden; leiding geven; managen; meevoeren; rijden; rondleiden; sturen; voeren; voorzitten; wegbrengen; zenden
escorter begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; vergezellen; volgen begeleiden; rondleiden; wegbrengen
mener begeleiden; chaperonneren; escorteren; geleiden; meegaan; meelopen; vergezellen; volgen aanvoeren; begeleiden; besturen; bevel voeren over; commanderen; een voorsprong hebben; leiden; leiding geven; leidinggeven; managen; meevoeren; voeren; voorliggen; voorzitten; wegbrengen

Verwante definities voor "meegaan":

  1. je met die andere(n) verplaatsen of voortbewegen1
    • de tolk gaat mee naar de dokter1

Wiktionary: meegaan

meegaan
verb
  1. op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan

Cross Translation:
FromToVia
meegaan suivre call — to match or equal the amount of poker chips in the pot as the player that bet