Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor dikdoener in het Nederlands

dikdoener:

dikdoener [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de dikdoener
    de praatjesmakers; de pocher; de dikdoener; de windbuil; de windbuilen; de opschepper; de bluffer; de opscheppers; de snoever; de snoevers

Verwante woorden van "dikdoener":