Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. aflossing:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor aflossing (Nederlands) in het Zweeds

aflossing:

aflossing [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de aflossing (aflossingsbedrag)
    utlösande; friköpande
  2. de aflossing
    återbetalning

Vertaal Matrix voor aflossing:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
friköpande aflossing; aflossingsbedrag
utlösande aflossing; aflossingsbedrag
återbetalning aflossing restitueren; restitutie; terugbetaling; teruggave; vergoeden; weergave

Wiktionary: aflossing


Cross Translation:
FromToVia
aflossing avbetalning AbzahlungTilgung
aflossing avlossning Ablösung — das Ereignis, wenn etwas nicht mehr haften
aflossing lossande; lösgörande Ablösung — die Tätigkeit, etwas lose zu machen
aflossing avbytare; avlösning Ablösung — die Person(en), die bei [1] die Arbeit übernehmen
aflossing avlösning Ablösung — (bei der Arbeit) die Tätigkeit und das Ereignis, wenn eine Schicht wechseln
aflossing avlösning Ablöse — Person oder Gruppe, die an die Stelle einer anderen tritt, oder auch der entsprechende Vorgang