Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. school:
  2. school-:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor school (Nederlands) in het Zweeds

school:

school [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de school (schoolgebouw)
    skola; skolbyggnad

Vertaal Matrix voor school:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skola school; schoolgebouw
skolbyggnad school; schoolgebouw

Verwante woorden van "school":


Verwante definities voor "school":

  1. gebouw voor onderwijs1
    • de leerlingen van deze school slagen wel1

Wiktionary: school

school
noun
  1. een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen

Cross Translation:
FromToVia
school dun; stim Schwarm — Verband von Tieren, die sich gemeinsam schwimmend oder fliegend fortbewegen
school stim school — a group of fish
school skola school — an institution dedicated to teaching and learning
school högskola; universitet; lärosäte school — college or university
school fakultet; institution school — a department/institute at a college or university
school skola; lära; skolbildning school — a particular doctrine
school stim shoal — group of fish
school skola écolelieu dédier à l’apprentissage.

school-:

school- bijvoeglijk naamwoord

  1. school- (schools; met betrekking tot school)
    skolastisk; skolastiskt

Vertaal Matrix voor school-:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
skolastisk met betrekking tot school; school-; schools
skolastiskt met betrekking tot school; school-; schools

Verwante vertalingen van school