Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. tegemoetkomend:
  2. tegemoetkomen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor tegemoetkomend (Nederlands) in het Zweeds

tegemoetkomend:

tegemoetkomend bijvoeglijk naamwoord

  1. tegemoetkomend (toeschietelijk; welwillend; bereidwillig)
    förekommande; tillmötesgående; tjänstvilligt; förbindligt

Vertaal Matrix voor tegemoetkomend:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tillmötesgående toeschietelijkheid
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
förbindligt bereidwillig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend charmant; genegenheid opwekkend; genoeglijk; innemend; minzaam; poeslief
förekommande bereidwillig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend charmant; dienstvaardig; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam
tillmötesgående bereidwillig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend dienstvaardig
tjänstvilligt bereidwillig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend behulpzaam; bereidwillig; dienstbaar; dienstvaardig; dienstwillig; gedienstig; genegen; inschikkelijk; willig

Verwante woorden van "tegemoetkomend":

  • tegemoetkomendheid

Wiktionary: tegemoetkomend


Cross Translation:
FromToVia
tegemoetkomend tillmötesgående complaisant — willing to do what pleases others
tegemoetkomend artig complaisant — polite

tegemoetkomen:

tegemoetkomen werkwoord (kom tegemoet, komt tegemoet, kwam tegemoet, kwamen tegemoet, tegemoet gekomen)

  1. tegemoetkomen (naderen; toenaderen)
    närma sig; avancera
    • närma sig werkwoord (närmar sig, närmade sig, närmat sig)
    • avancera werkwoord (avancerar, avancerade, avancerat)
  2. tegemoetkomen (concessies doen; welwillendheid tonen)
    gå till mötes; ge efter för
    • gå till mötes werkwoord (går till mötes, gick till mötes, gått till mötes)
    • ge efter för werkwoord (ger efter för, gav efter för, givit efter för)

Conjugations for tegemoetkomen:

o.t.t.
  1. kom tegemoet
  2. komt tegemoet
  3. komt tegemoet
  4. komen tegemoet
  5. komen tegemoet
  6. komen tegemoet
o.v.t.
  1. kwam tegemoet
  2. kwam tegemoet
  3. kwam tegemoet
  4. kwamen tegemoet
  5. kwamen tegemoet
  6. kwamen tegemoet
v.t.t.
  1. ben tegemoet gekomen
  2. bent tegemoet gekomen
  3. is tegemoet gekomen
  4. zijn tegemoet gekomen
  5. zijn tegemoet gekomen
  6. zijn tegemoet gekomen
v.v.t.
  1. was tegemoet gekomen
  2. was tegemoet gekomen
  3. was tegemoet gekomen
  4. waren tegemoet gekomen
  5. waren tegemoet gekomen
  6. waren tegemoet gekomen
o.t.t.t.
  1. zal tegemoetkomen
  2. zult tegemoetkomen
  3. zal tegemoetkomen
  4. zullen tegemoetkomen
  5. zullen tegemoetkomen
  6. zullen tegemoetkomen
o.v.t.t.
  1. zou tegemoetkomen
  2. zou tegemoetkomen
  3. zou tegemoetkomen
  4. zouden tegemoetkomen
  5. zouden tegemoetkomen
  6. zouden tegemoetkomen
diversen
  1. kom tegemoet!
  2. komt tegemoet!
  3. tegemoet gekomen
  4. tegemoet komend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

tegemoetkomen [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. tegemoetkomen (naderen)
    närande

Vertaal Matrix voor tegemoetkomen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
närande naderen; tegemoetkomen koesteren; koestering
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avancera naderen; tegemoetkomen; toenaderen avanceren; bevorderd worden; helpen; hogerop komen; promoten; voorschieten; voorwaarts gaan; zich opwerken
ge efter för concessies doen; tegemoetkomen; welwillendheid tonen aanvaarden; accepteren; voor lief nemen; zich laten gevallen; zwichten
gå till mötes concessies doen; tegemoetkomen; welwillendheid tonen iemand tegemoet gaan; iemand tegemoet lopen
närma sig naderen; tegemoetkomen; toenaderen benaderen; toenaderen; voorschieten
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
närande voedend; voedzaam

Verwante vertalingen van tegemoetkomend