Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. fnask:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor fnask (Zweeds) in het Duits

fnask:

fnask [-ett] zelfstandig naamwoord !

  1. fnask
    die Schreckschraube; die Schlange; die Trulla; Aas; Fischweib; Luder; Weib; die Hexe
    • Schreckschraube [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Schlange [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Trulla [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Aas [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Fischweib [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Luder [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Weib [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Hexe [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor fnask:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Aas fnask as; bete; bov; död kropp; kadaver; kärringjävel; lik; lockbete; lockmedel; orm; skurk; subba; usling
Fischweib fnask hora; hynda; häxa; kärringjävel; orm; satkäring; subba
Hexe fnask hora; hynda; häxa; kärringjävel; orm; satkäring; subba; trollkvinna
Luder fnask bedragerska; bov; falsk slyna; hora; hynda; häxa; kärringjävel; luder; orm; satkäring; skurk; subba; usling
Schlange fnask bedragerska; bov; falsk slyna; fil; hora; hynda; häxa; kärringjävel; led; luder; mark orm; orm; rad; räcka; satkäring; skurk; subba; usling; vatten orm
Schreckschraube fnask amason; argbigga; gungfly; hora; hynda; häxa; kärringjävel; orm; ragata; satkäring; subba; trollpacka
Trulla fnask hora; hynda; häxa; kärringjävel; orm; satkäring; subba
Weib fnask fru; herre; hora; hynda; häxa; kvinna; kärringjävel; livskamrat; livspartner; maka; make; make eller maka; man; orm; person av manligt kön; satkäring; subba; äkta hälft; äktapar

Synoniemen voor "fnask":


Wiktionary: fnask

fnask
noun
  1. abwertend für Prostituierte; eine Frau, die für Geld sexuelle Handlungen vornimmt
  2. eine Prostituierte