Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. jobbigt:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor jobbigt (Zweeds) in het Duits

jobbigt:

jobbigt bijvoeglijk naamwoord

  1. jobbigt (seg; tufft; tuff; segt)
    stämmig; vierschrötig; rüstig

Vertaal Matrix voor jobbigt:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
rüstig jobbigt; seg; segt; tuff; tufft
stämmig jobbigt; seg; segt; tuff; tufft häftig; häftigt; kraftig; kraftigt; kraftigt byggd; kraftigt byggt; massivt; muskulös; muskulöst; robust; stark; starkt; stor och kraftigt; stort
vierschrötig jobbigt; seg; segt; tuff; tufft

Synoniemen voor "jobbigt":