Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. klang:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor klang (Zweeds) in het Duits

klang:

klang [-en] zelfstandig naamwoord

  1. klang (dån; brus; dunder)
    Dröhnen; Gedröhn; Gedröhne
  2. klang (intonation; ljud; tonhöjd; ton; timbre)
    der Klang; der Laut; der Ton
    • Klang [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Laut [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Ton [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor klang:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Dröhnen brus; dunder; dån; klang bankande
Gedröhn brus; dunder; dån; klang dunkande; hamrande; stampande; trampande
Gedröhne brus; dunder; dån; klang dunkande; dån; hamrande
Klang intonation; klang; ljud; timbre; ton; tonhöjd musikaliskt nottecken; not; ton
Laut intonation; klang; ljud; timbre; ton; tonhöjd
Ton intonation; klang; ljud; timbre; ton; tonhöjd lera; lerjord; musikaliskt nottecken; not; prolog; ton; tonhöjd

Wiktionary: klang

klang
noun
  1. -
  2. Klang eines Namens: Berühmtheit, Beliebtheit oder Verhasstheit
  3. Musik: mehrere gleichzeitig erklingende, sich überlagernde Töne
  4. kein Plural: die Art wie etwas klingt
  5. Musik: Ton oder Geräusch, als musikalisch empfunden

Cross Translation:
FromToVia
klang Klangfarbe; Timbre timbre — quality of a sound independent of its pitch and volume
klang Ton tone — character of a sound, especially the timbre of an instrument or voice