Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. lort:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor lort (Zweeds) in het Duits

lort:

lort [-en] zelfstandig naamwoord

  1. lort (skit)
    der Pup; die Kacke; der Schmutz; der Kot; der Kötel; der Dreck; die Exkremente; die Ausscheidung; die Fäkalien; der Mist
    • Pup [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Kacke [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Schmutz [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Kot [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Kötel [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Dreck [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Exkremente [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Ausscheidung [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Fäkalien [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Mist [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor lort:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Ausscheidung lort; skit avträdande; mellanting
Dreck lort; skit avföringar; bajs; droppe; exkrementer; fulhet; förorening; klick; lerig; lortigt; miljöförstöring; nedsmutsning; orenhet; otäckhet; skit; skitighet; skitigt; smolk; smuts; smutsighet; smutsigt
Exkremente lort; skit avföringar; bajs; exkrementer; skit
Fäkalien lort; skit avföringar; bajs; exkrementer; skit
Kacke lort; skit avföringar; bajs; exkrementer; skit
Kot lort; skit avföringar; bajs; exkrementer; lerig; skit; skitkorv; smuts
Kötel lort; skit
Mist lort; skit dynga; gödsel; lerig; skit; smuts
Pup lort; skit
Schmutz lort; skit droppe; förorening; klick; lerig; lortigt; miljöförstöring; nedsmutsning; orenhet; skitighet; skitigt; smuts; smutsighet; smutsigt; svineri

Synoniemen voor "lort":


Wiktionary: lort

lort
noun
  1. veraltend: Schmutz