Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor trappor (Zweeds) in het Duits

trappor:

trappor zelfstandig naamwoord

  1. trappor
    die Treppe; der Fußtritt; die Eingangstreppe; die Sprosse; der Abtritt; der Aufgang; der Abschnitt

Vertaal Matrix voor trappor:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Abschnitt trappor avdelning; avsnitt; del; dimension; division; duk; fördelning; inbetalning; indelning; kupong; kvitto; mottagningsbevis; paragraf; period; portion; presentationsavsnitt; putstrasa; segment; sektion; skärning; stycke; tid; tidsrymd; tidsspann; timme; trasa; uppdelning; voucher
Abtritt trappor
Aufgang trappor trappuppgång
Eingangstreppe trappor
Fußtritt trappor njutning; nöje; spark
Sprosse trappor
Treppe trappor

Verwante vertalingen van trappor