Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor kräk (Zweeds) in het Spaans

kräk:

kräk [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. kräk
    el vómito; la vomitona
    • vómito [el ~] zelfstandig naamwoord
    • vomitona [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. kräk (vrak; usling; skurk)
    el pobre diablo; el pobre desgraciado; el vagabundo; el marrano; el guarro

Vertaal Matrix voor kräk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
guarro kräk; skurk; usling; vrak fult talande; griskulting; skunk; smutsiga ord; snuskpelle; äcklig gubbe
marrano kräk; skurk; usling; vrak skunk; snuskpelle; äcklig gubbe
pobre desgraciado kräk; skurk; usling; vrak luns; sjaskigt klädd person; smutsgris; tölp
pobre diablo kräk; skurk; usling; vrak arm; luns; olycklig; sjaskigt klädd person; smutsgris; tölp; vrak
vagabundo kräk; skurk; usling; vrak landstrykare; luffare; vagabond
vomitona kräk
vómito kräk
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
guarro elak; elakt; falsk; falskt; flottig; flottigt; kladdig; kladdigt; låg; lågt; nedrigt; ont; slabbigt; slug; slugt; smetig; smetigt
vagabundo strövande; vandrande

Synoniemen voor "kräk":

  • as; spya; uppkastning; rötägg; fähund; usling; ckel

Wiktionary: kräk


Cross Translation:
FromToVia
kräk idiota; pendejo; cretino; gilipollas; huevón douchebag — slang: jerk, idiot
kräk vómito puke — vomit
kräk gusano worm — contemptible being

Verwante vertalingen van kräk