Overzicht
Zweeds naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. storhet:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor storhet (Zweeds) in het Spaans

storhet:

storhet [-en] zelfstandig naamwoord

  1. storhet (högt anseende; upphöjdhet; berömmelse)
    la nobleza; la alteza; la eminencia
    • nobleza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • alteza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • eminencia [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. storhet (jättelikhet)
    la enormidad

Vertaal Matrix voor storhet:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
alteza berömmelse; högt anseende; storhet; upphöjdhet berömmelse; höghet
eminencia berömmelse; högt anseende; storhet; upphöjdhet eminens
enormidad jättelikhet; storhet blunder; dumhet
nobleza berömmelse; högt anseende; storhet; upphöjdhet adel; få blåmärken; ädelhet

Wiktionary: storhet


Cross Translation:
FromToVia
storhet tamaño; extensión ampleurcaractère de ce qui est ample.
storhet estatura; talla; medida; dimensión; extensión; tamaño taillecoupe ; manière dont on couper certaines choses, dont elles tailler.