Zweeds

Uitgebreide vertaling voor rookie (Zweeds) in het Frans

rookie:

rookie zelfstandig naamwoord

  1. rookie (fegis; mes; hare)
    le couard; le lâche; le poltron; le pleutre; le bleu
    • couard [le ~] zelfstandig naamwoord
    • lâche [le ~] zelfstandig naamwoord
    • poltron [le ~] zelfstandig naamwoord
    • pleutre [le ~] zelfstandig naamwoord
    • bleu [le ~] zelfstandig naamwoord
  2. rookie (nykomling; gröngöling; novis; nybörjare)
    le bizuth; le débutant; le blanc-bec; le bleu; le nouveau; le novice; la débutante
    • bizuth [le ~] zelfstandig naamwoord
    • débutant [le ~] zelfstandig naamwoord
    • blanc-bec [le ~] zelfstandig naamwoord
    • bleu [le ~] zelfstandig naamwoord
    • nouveau [le ~] zelfstandig naamwoord
    • novice [le ~] zelfstandig naamwoord
    • débutante [la ~] zelfstandig naamwoord
  3. rookie (gröngöling; nybörjare; novis)
    l'étudiant de première année; le bizuth; le bleu; le nouveau; le bizut

Vertaal Matrix voor rookie:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bizut gröngöling; novis; nybörjare; rookie gröngöling; novis; nybörjare; nykomling
bizuth gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie gröngöling; novis; nybörjare; nykomling
blanc-bec gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie skitunge; unge
bleu fegis; gröngöling; hare; mes; novis; nybörjare; nykomling; rookie få blåmärken; overalls; ytterbyxor; överdragskläder
couard fegis; hare; mes; rookie
débutant gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie debutant; nybörjare
débutante gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie börjare; debutant
lâche fegis; hare; mes; rookie
nouveau gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie gröngöling; novis; nybörjare; nykomling
novice gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie pojkspoling; skeppspojke
pleutre fegis; hare; mes; rookie
poltron fegis; hare; mes; rookie fegis; mes
étudiant de première année gröngöling; novis; nybörjare; rookie
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bleu blå; blått
lâche klent; klumpigt; kraftlös; kraftlöst; matt; ogenerös; ogeneröst; ohanterlig; ohanterligt; otröstlig; otröstligt; skör; skört; svagt; svårhanterlig; tröstlöst; vek; vekt; ömtålig; ömtåligt
nouveau fräscht; mest avancerad; mest avancerat; ny; nygjord; nygjort; nytt; oanvänd; oanvänt; orörd; orört; oöppnad; oöppnat; sist utkommen; sist utkommet