Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. aldrig:
  2. åldrig:
  3. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor åldrig (Zweeds) in het Nederlands

aldrig:

aldrig bijvoeglijk naamwoord

  1. aldrig
    nooit; nimmer; nimmermeer
  2. aldrig (inte alls)
    geen sprake van; nooit; geenszins

aldrig

  1. aldrig (säkerligen inte)

Vertaal Matrix voor aldrig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
geenszins aldrig; inte alls allra minst
nimmer aldrig
nimmermeer aldrig
nooit aldrig; inte alls
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
welnee aldrig; säkerligen inte
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
geen sprake van aldrig; inte alls

Wiktionary: aldrig


Cross Translation:
FromToVia
aldrig nooit never — at no time
aldrig nooit nie — zu keiner Zeit, zu keinem Zeitpunkt
aldrig nooit; nimmer niemals — zu keiner Zeit

åldrig:

åldrig bijvoeglijk naamwoord

  1. åldrig (åldrigt)
    ouder
    • ouder bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor åldrig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ouder fader; far; förälder
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ouder åldrig; åldrigt

Wiktionary: åldrig

åldrig
adjective
  1. oud mens, dier

Cross Translation:
FromToVia
åldrig oud old — of a living being: having lived for relatively many years