Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. bister:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor bister (Zweeds) in het Nederlands

bister:

bister bijvoeglijk naamwoord

  1. bister (bistert; fåordigt; tystlåtet; tystlåten)
    verbeten; haatdragend
  2. bister (butter)
    grimmig; verbeten

Vertaal Matrix voor bister:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grimmig bister; butter
haatdragend bister; bistert; fåordigt; tystlåten; tystlåtet hämnande; hämndlystet
verbeten bister; bistert; butter; fåordigt; tystlåten; tystlåtet argt; förbittrad; förbittrat; förtvivlad; förtvivlat; uppretad; uppretat

Synoniemen voor "bister":


Wiktionary: bister


Cross Translation:
FromToVia
bister ruig; stormachtig inclement — stormy