Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. groda:
  2. gröda:
  3. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor groda (Zweeds) in het Nederlands

groda:

groda [-en] zelfstandig naamwoord

  1. groda
    de kikker; de kikvors
    • kikker [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kikvors [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor groda:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kikker groda
kikvors groda

Synoniemen voor "groda":

  • groddjur; tabbe

Wiktionary: groda


Cross Translation:
FromToVia
groda kikvors; kikker frog — amphibian
groda kikker FroschZoologie: zu den Amphibien gehöriges Tier ohne Schwanz
groda blunder SchnitzerFehler, der aus Unachtsamkeit begangen wurde
groda kikker; kikvors; vors grenouille — Amphibien

gröda:

gröda [-en] zelfstandig naamwoord

  1. gröda (skörd; årsväxt)
    de oogst; opbrengst van gewas; de pluk; de wijnoogst

Vertaal Matrix voor gröda:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
oogst gröda; skörd; årsväxt avkastning; behållning; druvskörd; skörd; utbyte; vinst; årgång
opbrengst van gewas gröda; skörd; årsväxt
pluk gröda; skörd; årsväxt druvskörd; skörd; årgång
wijnoogst gröda; skörd; årsväxt druvskörd; skörd; årgång

Wiktionary: gröda


Cross Translation:
FromToVia
gröda gewas; voedselgewas; voedselplant crop — plant grown for food
gröda oogst; opbrengst moissonrécolte des blés et autres céréales.
gröda oogst; opbrengst; pluk récolte — Traductions à trier suivant le sens

Verwante vertalingen van groda