Zweeds

Uitgebreide vertaling voor hån (Zweeds) in het Nederlands

han:

han

  1. han
    hij
    – derde persoon enkelvoud, mannelijk onderwerp 1
    • hij
      • dat is mijn vader, hij heet Jan1

han zelfstandig naamwoord

  1. han (personen som)
    degene; diegene
    • degene [znw.] zelfstandig naamwoord
    • diegene [znw.] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor han:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
degene den som; han; personen som
diegene den som; han; personen som
PronounVerwante vertalingenAndere vertalingen
hij han
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
degene den ena
diegene den ena
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
degene främst

Wiktionary: han

han
pronoun
  1. Nominatief mannelijk derde persoon enkelvoud nv.nom
  2. de klitische vorm van de 3e persoon enkelvoud mannelijk nominatief

Cross Translation:
FromToVia
han hij; ie he — personal pronoun "he"
han hij il — Personne, animal ou chose

hån:

hån [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. hån (gäckeri)
    de beschimping; de belediging; de spot; de schamp
    • beschimping [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • belediging [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • spot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • schamp [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. hån (hånskratt; förlöjligande)
    het hoongelach; de hoon
    • hoongelach [het ~] zelfstandig naamwoord
    • hoon [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. hån (förakt; spotskhet)
    de schamperheid
  4. hån (förakt; spotskhet)
    de versmading
  5. hån (gyckel; begabbelse; spefullhet)
    de spotternij
  6. hån (förakt)
    de ironie; de bespotting; het sarcasme; de spot; gespot; de hoon; de spotternij
    • ironie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • bespotting [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • sarcasme [het ~] zelfstandig naamwoord
    • spot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • gespot [znw.] zelfstandig naamwoord
    • hoon [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • spotternij [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  7. hån (gäckeri; gyckel; åtlöje; spefullhet)
    de bespotting; de spot; het sarcasme; de spotternij; de smaad; gespot; de ironie; de aanfluiting; de hoon
    • bespotting [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • spot [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • sarcasme [het ~] zelfstandig naamwoord
    • spotternij [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • smaad [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • gespot [znw.] zelfstandig naamwoord
    • ironie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • aanfluiting [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • hoon [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor hån:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanfluiting gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje
belediging gäckeri; hån kränkning; skada; smädelse
beschimping gäckeri; hån
bespotting förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; ironiserande
gespot förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; ironiserande
hoon förakt; förlöjligande; gyckel; gäckeri; hån; hånskratt; spefullhet; åtlöje
hoongelach förlöjligande; hån; hånskratt
ironie förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; ironiserande
sarcasme förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; hatlig uppmärksamhet; ironiserande
schamp gäckeri; hån
schamperheid förakt; hån; spotskhet
smaad gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje baktal; förtal; hånfulla kommentarer; skada; skvaller; tala illa
spot förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; hånfulla kommentarer; ironiserande; reklamfilm
spotternij begabbelse; förakt; gyckel; gäckeri; hån; spefullhet; åtlöje förlöjligande; ironiserande
versmading förakt; hån; spotskhet

Synoniemen voor "hån":

  • smälek; förakt; förnedring; spe; tlöje; missaktning

Wiktionary: hån

hån
noun
  1. wat iets belachelijk of ten schande maakt

Cross Translation:
FromToVia
hån minachting; verachting scorn — contempt, disdain
hån sarcasme sarcasme — Raillerie, ironie
hån aanfluiting; persiflage; spotternij; spot simulacre — (religion) (term, surtout au pluriel) image, statue, idole, représentation de fausses divinités.