Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. oktober:
  2. Wiktionary:
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. oktober:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor oktober (Zweeds) in het Nederlands

oktober:

oktober zelfstandig naamwoord

  1. oktober
    de oktober
    • oktober [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor oktober:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
oktober oktober

Wiktionary: oktober


Cross Translation:
FromToVia
oktober oktober October — tenth month of the Gregorian calendar
oktober oktober Oktober — der zehnte Monat des Kalenderjahres

Computer vertaling door derden:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor oktober (Nederlands) in het Zweeds

oktober:

oktober [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de oktober
    oktober

Vertaal Matrix voor oktober:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
oktober oktober

Verwante definities voor "oktober":

  1. tiende maand van het jaar1
    • in oktober is het herfst1

Wiktionary: oktober


Cross Translation:
FromToVia
oktober oktober October — tenth month of the Gregorian calendar
oktober oktober Oktober — der zehnte Monat des Kalenderjahres

Computer vertaling door derden: