Uitgebreide vertaling voor candid (Engels) in het Nederlands


candid bijvoeglijk naamwoord

  1. candid (unprejudiced; frank; open-minded; outspoken; liberal)
  2. candid (unabashed; frank; uninhibited)
    onbedeesd; onbeschroomd; vrijpostig; vrijmoedig; stoutmoedig; niet beschroomd

Vertaal Matrix voor candid:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
onbeschroomd candid; frank; unabashed; uninhibited bold
onbevangen candid; frank; liberal; open-minded; outspoken; unprejudiced
stoutmoedig candid; frank; unabashed; uninhibited audacious; bold; brave; courageous; daring; dashing; dauntless; fearless; heroic; heroical; manful; unabashed; undaunted; valiant
vrijmoedig candid; frank; unabashed; uninhibited bold
vrijpostig candid; frank; unabashed; uninhibited bold
- blunt; forthright; frank; free-spoken; heart-to-heart; open; outspoken; plainspoken; point-blank; straight-from-the-shoulder
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
niet beschroomd candid; frank; unabashed; uninhibited bold
onbedeesd candid; frank; unabashed; uninhibited

Verwante woorden van "candid":

  • candidness, candider, candidest, candidly

Synoniemen voor "candid":

Verwante definities voor "candid":

  1. characterized by directness in manner or speech; without subtlety or evasion1
    • I gave them my candid opinion1
  2. openly straightforward and direct without reserve or secretiveness1
    • his candid eyes1
  3. informal or natural; especially caught off guard or unprepared1
    • a candid photograph1
    • a candid interview1

Wiktionary: candid

  1. not posed or rehearsed
  2. impartial and free from prejudice
  3. straightforward, open and sincere