Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Zahnbruch:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Zahnbruch (Duits) in het Spaans

Zahnbruch:

Zahnbruch [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Zahnbruch (Bruch; Fraktur)
    la fracción

Vertaal Matrix voor Zahnbruch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fracción Bruch; Fraktur; Zahnbruch Abteilung; Anteil; Bruch; Bruchteil; Geschäftsstelle; Glied; Interruption; Machtblock; Riß; Segment; Sektion; Sprung; Stück; Teil; Teilchen; Unterbrechung
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fracción Teil