Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. schuldig:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor schuldig (Duits) in het Nederlands

schuldig:

schuldig bijvoeglijk naamwoord

  1. schuldig
    verschuldigd
  2. schuldig
    schuldig
  3. schuldig (verpflichtet sein an; verbindlich)
    verplicht zijn aan

Vertaal Matrix voor schuldig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
schuldig schuldig
verschuldigd schuldig
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
verplicht zijn aan schuldig; verbindlich; verpflichtet sein an

Wiktionary: schuldig


Cross Translation:
FromToVia
schuldig verwijtbaar; schuldig culpable — blameworthy
schuldig schuldig coupable — Qui a commis quelque faute, crime

Verwante vertalingen van schuldig