Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Auswurf:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Auswurf (Duits) in het Zweeds

Auswurf:

Auswurf [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Auswurf (Kotz)
    kräk
    • kräk [-ett] zelfstandig naamwoord
  2. der Auswurf
    slem; upphostning; sputum; utspottning
  3. der Auswurf (Abschaum; Ausschuß; Schund)
    avskum; drägg; ohyra
    • avskum [-ett] zelfstandig naamwoord
    • drägg [-ett] zelfstandig naamwoord
    • ohyra [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Auswurf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avskum Abschaum; Ausschuß; Auswurf; Schund Brut; Gesindel; Kanaille; Lumpengesindel; Pack; Pöbel; Schund; Sippschaft
drägg Abschaum; Ausschuß; Auswurf; Schund Schund
kräk Auswurf; Kotz Ferkel; Schmierfink; Schmutzfink
ohyra Abschaum; Ausschuß; Auswurf; Schund Gesindel; Ratten und Mäuse; Ungeziefer
slem Auswurf Geifer; Phlegma; Rotz; Sabber; Schleim; Schleimen; Schnotten
sputum Auswurf
upphostning Auswurf
utspottning Auswurf

Synoniemen voor "Auswurf":