Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Pack:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Pack (Duits) in het Zweeds

Pack:

Pack [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Pack (Brut; Zeug; Gesindel; )
    kull; ruvning; liggning på ägg

Pack [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Pack (Lumpengesindel; Brut; Pöbel; )
    avskum
    • avskum [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Pack:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avskum Brut; Gesindel; Kanaille; Lumpengesindel; Pack; Pöbel; Sippschaft Abschaum; Ausschuß; Auswurf; Schund
kull Brut; Gelichter; Gesindel; Kanaille; Lumpengesindel; Pack; Plebs; Pöbel; Sippschaft; Zeug
liggning på ägg Brut; Gelichter; Gesindel; Kanaille; Lumpengesindel; Pack; Plebs; Pöbel; Sippschaft; Zeug
ruvning Brut; Gelichter; Gesindel; Kanaille; Lumpengesindel; Pack; Plebs; Pöbel; Sippschaft; Zeug Brut; Gezücht; Sprößlinge

Synoniemen voor "Pack":


Wiktionary: Pack

Pack
noun
  1. das Bündel, etwas Gepacktes, Zusammengepacktes
  2. abwertend: heruntergekommene, (teils kriminelle) Menschen; Gesindel

Verwante vertalingen van Pack