Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Haarbüschel:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Haarbüschel (Duits) in het Zweeds

Haarbüschel:

Haarbüschel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Haarbüschel (Haare)
    hårtest
  2. der Haarbüschel
    hårslinga; hårtofs; hårlock
  3. der Haarbüschel
    hårknut

Haarbüschel [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Haarbüschel (Haarschopf; Kopfhaar)
    huvud med hår

Vertaal Matrix voor Haarbüschel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
huvud med hår Haarbüschel; Haarschopf; Kopfhaar
hårknut Haarbüschel Dutt; Gesicht; Haarknoten; Knoten; Knäuel; Knötchen; Strähne
hårlock Haarbüschel Ausläufer; Haarlocke; Haarschopf; Haarschöpfe; Haarsträhne; Kreislein; Kreisschen; Kringel; Locke; Löckchen; Ranke; Schnecke; Schnitzel; Schnörkel; Schuppe; Schwung; Span; Spirale; Splitter; Sproß; Strähne; Tolle; Trieb; Welle; Zirkelchen
hårslinga Haarbüschel
hårtest Haarbüschel; Haare Ausläufer; Ranke; Sproß; Trieb
hårtofs Haarbüschel