Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Residenz:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Residenz (Duits) in het Zweeds

Residenz:

Residenz [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Residenz
    residensstad

Vertaal Matrix voor Residenz:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
residensstad Residenz

Synoniemen voor "Residenz":


Wiktionary: Residenz

Residenz
noun
  1. Wohnsitz des Staatsoberhauptes, eines Fürsten, eines hohen Geistlichen, eines Diplomaten
  2. Hauptstadt