Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. gelehrig:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor gelehrig (Duits) in het Zweeds

gelehrig:

gelehrig bijvoeglijk naamwoord

  1. gelehrig (klug; intelligent)
    klok; klokt
    • klok bijvoeglijk naamwoord
    • klokt bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor gelehrig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
klok gelehrig; intelligent; klug clever; gescheit; klug; scharfsichtig; scharfsinnig; schlagfertig; vernünftig
klokt gelehrig; intelligent; klug ausgekocht; clever; einsichtsvoll; empfehlenswert; erfinderisch; fachmännisch; geistig; gekonnt; genial; gescheit; geschickt; intelektuell; klug; kundig; prüde; sachverständig; scharfsichtig; scharfsinnig; schlagfertig; vernünftig

Synoniemen voor "gelehrig":


Wiktionary: gelehrig


Cross Translation:
FromToVia
gelehrig flitig studieux — Qui aime l’étude.