Overzicht
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. menschenleer:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor menschenleer (Duits) in het Zweeds

menschenleer:

menschenleer bijvoeglijk naamwoord

  1. menschenleer (ausgestorben; verlassen; öde)
    öde; ödslig; ödsligt; folktomt

Vertaal Matrix voor menschenleer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
öde Erfolg; Glück; Glücksfall; Glücksfälle; Los des Lebens; Prädestination; Schicksal; Vermögen; Vorbestimmung
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
folktomt ausgestorben; menschenleer; verlassen; öde
öde ausgestorben; menschenleer; verlassen; öde desolat; dürr; karg; kärglich; schal; schofel; schäbig; trocken; unfruchtbar; öde
ödslig ausgestorben; menschenleer; verlassen; öde einsam; vereinsamt; verlassen; öde
ödsligt ausgestorben; menschenleer; verlassen; öde dürr; einsam; karg; kärglich; schal; schofel; schäbig; trocken; unfruchtbar; vereinsamt; verlassen; öde

Synoniemen voor "menschenleer":


Wiktionary: menschenleer

menschenleer
adjective
  1. ohne anwesende Menschen