Engels

Uitgebreide synoniemen voor snugness in het Engels

snugness:

snugness [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the snugness
    the sociability; the cosiness; the conviviality; the companionableness; the chumminess; the snugness; the coziness
  2. the snugness
    the intimacy; the companionableness; the cosiness; the chumminess; the snugness; the coziness
  3. the snugness
    the sociability; the convenience; the comfort; the cosiness; the snugness; the companionableness; the pleasantness; the chumminess; the coziness
  4. the snugness
    – a state of warm snug comfort 1
    the cosiness; the snugness; the coziness
    – a state of warm snug comfort 1
    • cosiness [the ~] zelfstandig naamwoord, Brits
    • snugness [the ~] zelfstandig naamwoord
    • coziness [the ~] zelfstandig naamwoord, Amerikaans

Verwante woorden van "snugness":


Alternatieve synoniemen voor "snugness":


Verwante definities voor "snugness":

  1. a state of warm snug comfort1

snug:

snug bijvoeglijk naamwoord

  1. snug
    cosy; snugly; cosily; snug; cozily; cozy
    • cosy bijvoeglijk naamwoord, Brits
    • snugly bijwoord
    • cosily bijwoord, Brits
    • snug bijvoeglijk naamwoord
    • cozily bijwoord, Amerikaans
    • cozy bijvoeglijk naamwoord, Amerikaans
  2. snug
    pleasant; comfortable; cosy; snug; agreeable; pleasurable; cozy
  3. snug
    – enjoying or affording comforting warmth and shelter especially in a small space 1
    cosy; snug; cozy
    – enjoying or affording comforting warmth and shelter especially in a small space 1
    • cosy bijvoeglijk naamwoord, Brits
    • snug bijvoeglijk naamwoord
      • snug in bed1
      • a snug little apartment1
    • cozy bijvoeglijk naamwoord, Amerikaans
      • a cozy nook near the fire1
  4. snug
    – well and tightly constructed 1
    snug
    – well and tightly constructed 1
    • snug bijvoeglijk naamwoord
      • a snug house1
      • a snug little sailboat1
  5. snug
    – fitting closely but comfortably 1
    close; snug; close-fitting
    – fitting closely but comfortably 1
  6. snug
    – offering safety; well protected or concealed 1
    snug
    – offering safety; well protected or concealed 1
    • snug bijvoeglijk naamwoord
      • a snug harbor1
      • a snug hideout1

snug [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the snug
    – a small secluded room 1
    the snug; the cubbyhole; the cubby; the snuggery
    – a small secluded room 1
    • snug [the ~] zelfstandig naamwoord
    • cubbyhole [the ~] zelfstandig naamwoord
    • cubby [the ~] zelfstandig naamwoord
    • snuggery [the ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "snug":


Alternatieve synoniemen voor "snug":


Verwante definities voor "snug":

  1. enjoying or affording comforting warmth and shelter especially in a small space1
    • snug in bed1
    • a snug little apartment1
  2. well and tightly constructed1
    • a snug house1
    • a snug little sailboat1
  3. fitting closely but comfortably1
  4. offering safety; well protected or concealed1
    • a snug harbor1
    • a snug hideout1
  5. a small secluded room1