Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. fluent:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor fluent (Engels) in het Nederlands


fluent bijvoeglijk naamwoord

  1. fluent (streaming; fluently; smooth)
    vloeiend; vlot; vliedend; stromend
  2. fluent (eloquent; voluble; glib)

Vertaal Matrix voor fluent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vlot raft; timber raft; wooden raft
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vloeiend fluent; fluently; smooth; streaming
vlot fluent; fluently; smooth; streaming adept; adroit; agile; bright; brisk; clever; dapper; dexterous; expert; fashionable; fast; flashy; fledged; handy; neat; nimble; promptly; quick; rapid; readily; skilful; skillful; snappy; snazzy; speedy; sprightly; spry; stylish; swift; trendy; worldly minded
welbespraakt eloquent; fluent; glib; voluble
- eloquent; facile; fluid; liquid; silver; silver-tongued; smooth; smooth-spoken
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
stromend fluent; fluently; smooth; streaming
vliedend fluent; fluently; smooth; streaming

Verwante woorden van "fluent":

Synoniemen voor "fluent":

Verwante definities voor "fluent":

  1. expressing yourself readily, clearly, effectively1
  2. smooth and unconstrained in movement1

Wiktionary: fluent

  1. able to speak a language accurately and confidently