Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. investors:
  2. investor:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor investors (Engels) in het Nederlands

investors:

investors [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the investors
    de beleggers
    • beleggers [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Vertaal Matrix voor investors:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
beleggers investors

Verwante woorden van "investors":


investor:

investor [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the investor (lender; financier)
    leningverstrekker; de kredietgever

Vertaal Matrix voor investor:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kredietgever financier; investor; lender
leningverstrekker financier; investor; lender

Verwante woorden van "investor":


Synoniemen voor "investor":


Verwante definities voor "investor":

  1. someone who commits capital in order to gain financial returns1

Wiktionary: investor

investor
noun
  1. person who invests money in order to make a profit
investor
noun
  1. iemand die geld belegt

Cross Translation:
FromToVia
investor investeerder InvestorWirtschaft: jemand, der investieren, der Geld am Kapitalmarkt anlegt, um Gewinn zu erzielen