Engels

Uitgebreide vertaling voor murders (Engels) in het Nederlands

murders:

murders [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the murders (massacres; bloodbaths)
    de moordpartijen; de bloedbaden; de slachtingen

Vertaal Matrix voor murders:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bloedbaden bloodbaths; massacres; murders
moordpartijen bloodbaths; massacres; murders
slachtingen bloodbaths; massacres; murders

Verwante woorden van "murders":


murder:

murder [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the murder (liquidation)
    de moord; de liquidatie; de executie
    • moord [de ~] zelfstandig naamwoord
    • liquidatie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • executie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

to murder werkwoord (murders, murdered, murdering)

  1. to murder (kill; finish off)
    doden; vermoorden; liquideren; van kant maken; doodmaken; afmaken; doodslaan; ombrengen
    • doden werkwoord (dood, doodt, doodde, doodden, gedood)
    • vermoorden werkwoord (vermoord, vermoordt, vermoordde, vermoordden, vermoord)
    • liquideren werkwoord (liquideer, liquideert, liquideerde, liquideerden, geliquideerd)
    • van kant maken werkwoord (maak van kant, maakt van kant, maakte van kant, maakten van kant, van kant gemaakt)
    • doodmaken werkwoord (maak dood, maakt dood, maakte dood, maakten dood, doodgemaakt)
    • afmaken werkwoord (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)
    • doodslaan werkwoord (sla dood, slaat dood, sloeg dood, sloegen dood, doodgeslagen)
    • ombrengen werkwoord (breng om, brengt om, bracht om, brachten om, omgebracht)
  2. to murder (kill; commit murder)
    afmaken; moorden; afslachten; doden; ombrengen; om het leven brengen; vermoorden
    • afmaken werkwoord (maak af, maakt af, maakte af, maakten af, afgemaakt)
    • moorden werkwoord (moord, moordt, moordde, moordden, gemoord)
    • afslachten werkwoord (slacht af, slachtte af, slachtten af, afgeslacht)
    • doden werkwoord (dood, doodt, doodde, doodden, gedood)
    • ombrengen werkwoord (breng om, brengt om, bracht om, brachten om, omgebracht)
    • vermoorden werkwoord (vermoord, vermoordt, vermoordde, vermoordden, vermoord)

Conjugations for murder:

present
  1. murder
  2. murder
  3. murders
  4. murder
  5. murder
  6. murder
simple past
  1. murdered
  2. murdered
  3. murdered
  4. murdered
  5. murdered
  6. murdered
present perfect
  1. have murdered
  2. have murdered
  3. has murdered
  4. have murdered
  5. have murdered
  6. have murdered
past continuous
  1. was murdering
  2. were murdering
  3. was murdering
  4. were murdering
  5. were murdering
  6. were murdering
future
  1. shall murder
  2. will murder
  3. will murder
  4. shall murder
  5. will murder
  6. will murder
continuous present
  1. am murdering
  2. are murdering
  3. is murdering
  4. are murdering
  5. are murdering
  6. are murdering
subjunctive
  1. be murdered
  2. be murdered
  3. be murdered
  4. be murdered
  5. be murdered
  6. be murdered
diverse
  1. murder!
  2. let's murder!
  3. murdered
  4. murdering
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor murder:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afmaken finishing; killing off; massacre; slaughtering
afslachten killing off; massacre; slaughtering
doden doing s.o. in; killing
executie liquidation; murder enforcement; execution; implementation
liquidatie liquidation; murder elimination; finishing; liquidation; terminating
moord liquidation; murder
van kant maken doing s.o. in; killing
- execution; slaying
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afmaken commit murder; finish off; kill; murder accomplish; better; bring to an end; complete; eliminate; end; finish; get done; get ready; improve; make better; perfect
afslachten commit murder; kill; murder
doden commit murder; finish off; kill; murder
doodmaken finish off; kill; murder
doodslaan finish off; kill; murder
liquideren finish off; kill; murder demolish; disband; dismantle; eliminate; liquidate
moorden commit murder; kill; murder
om het leven brengen commit murder; kill; murder execute; execute capital punishment; kill; shoot dead; take someone's life
ombrengen commit murder; finish off; kill; murder execute; execute capital punishment; kill; shoot dead; take someone's life
van kant maken finish off; kill; murder
vermoorden commit murder; finish off; kill; murder execute; execute capital punishment; kill; shoot dead; take someone's life
- bump off; dispatch; hit; mangle; mutilate; off; polish off; remove; slay

Verwante woorden van "murder":


Synoniemen voor "murder":


Verwante definities voor "murder":

  1. unlawful premeditated killing of a human being by a human being1
  2. alter so as to make unrecognizable1
    • The tourists murdered the French language1
  3. kill intentionally and with premeditation1
    • The mafia boss ordered his enemies murdered1

Wiktionary: murder

murder
verb
  1. defeat decisively
  2. express one’s anger at
  3. devour
  4. deliberately kill
noun
  1. terrible to endure
  2. the crime of deliberate killing
  3. an act of deliberate killing
murder
noun
  1. het opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven beroven
verb
  1. gewelddadig van het leven beroven

Cross Translation:
FromToVia
murder moord MordRecht: vorsätzliche Tötung einer Person unter qualifizierten Umständen. Nach deutschem Strafrecht ist ein Mörder, wer aus Mordlust, zur Befriedigung des Geschlechtstriebs, aus Habgier oder sonst aus niedrigen Beweggründen, heimtückisch oder grausam oder mit gemeingefährlichen Mitteln oder um eine andere Strafta
murder moorden; vermoorden assassiner — Tuer intentionnellement
murder moord meurtrehomicide volontaire.