Uitgebreide vertaling voor rectification (Engels) in het Nederlands


rectification [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the rectification (correction; improvement)
    de verbetering; de correctie; de rectificatie; de herstelling

Vertaal Matrix voor rectification:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
correctie correction; improvement; rectification
herstelling correction; improvement; rectification deputizing; permutation; recovery; repair; replacement; restoration; substitute; transposition
rectificatie correction; improvement; rectification
verbetering correction; improvement; rectification
- correction
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- adjustment; correction

Verwante woorden van "rectification":

Synoniemen voor "rectification":

Verwante definities voor "rectification":

  1. determination of the length of a curve; finding a straight line equal in length to a given curve1
  2. the act of offering an improvement to replace a mistake; setting right1
  3. the conversion of alternating current to direct current1
  4. (chemistry) the process of refinement or purification of a substance by distillation1

rectification vorm van rectify:

to rectify werkwoord (rectifies, rectified, rectifying)

  1. to rectify (correct; put straight; set right)
    corrigeren; verbeteren
    • corrigeren werkwoord (corrigeer, corrigeert, corrigeerde, corrigeerden, gecorrigeerd)
    • verbeteren werkwoord (verbeter, verbetert, verbeterde, verbeterden, verbeterd)
  2. to rectify (make good; make up)
    goedmaken; bijspijkeren; inhalen
    • goedmaken werkwoord (maak goed, maakt goed, maakte goed, maakten goed, goedgemaakt)
    • bijspijkeren werkwoord (spijker bij, spijkert bij, spijkerde bij, spijkerden bij, bijgespijkerd)
    • inhalen werkwoord (haal in, haalt in, haalde in, haalden in, ingehaald)
  3. to rectify (put right; set right)
    rectificeren; rechtzetten
    • rectificeren werkwoord (rectificeer, rectificeert, rectificeerde, rectificeerden, gerectificeerd)
    • rechtzetten werkwoord (zet recht, zette recht, zetten recht, rechtgezet)
  4. to rectify
    • rechttrekken werkwoord (trek recht, trekt recht, trok recht, trokken recht, rechtgetrokken)
  5. to rectify (make good; put straight; set right; correct; fix)
    goedmaken; rechtzetten; rechtstrijken
    • goedmaken werkwoord (maak goed, maakt goed, maakte goed, maakten goed, goedgemaakt)
    • rechtzetten werkwoord (zet recht, zette recht, zetten recht, rechtgezet)
    • rechtstrijken werkwoord (strijk recht, strijkt recht, streek recht, streken recht, recht gestreken)

Conjugations for rectify:

  1. rectify
  2. rectify
  3. rectifies
  4. rectify
  5. rectify
  6. rectify
simple past
  1. rectified
  2. rectified
  3. rectified
  4. rectified
  5. rectified
  6. rectified
present perfect
  1. have rectified
  2. have rectified
  3. has rectified
  4. have rectified
  5. have rectified
  6. have rectified
past continuous
  1. was rectifying
  2. were rectifying
  3. was rectifying
  4. were rectifying
  5. were rectifying
  6. were rectifying
  1. shall rectify
  2. will rectify
  3. will rectify
  4. shall rectify
  5. will rectify
  6. will rectify
continuous present
  1. am rectifying
  2. are rectifying
  3. is rectifying
  4. are rectifying
  5. are rectifying
  6. are rectifying
  1. be rectified
  2. be rectified
  3. be rectified
  4. be rectified
  5. be rectified
  6. be rectified
  1. rectify!
  2. let's rectify!
  3. rectified
  4. rectifying
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor rectify:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
goedmaken atoning for; making up for; redeem
inhalen taking in
verbeteren make things better
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bijspijkeren make good; make up; rectify
corrigeren correct; put straight; rectify; set right better; correct; get better; improve; make better; renew
goedmaken correct; fix; make good; make up; put straight; rectify; set right better; compensate for; correct; counterbalance; fix; get better; improve; make better; make good; mend; reconcile; renew; repair; restore; settle
inhalen make good; make up; rectify catch up; catch up with; draw in; gain; haul in; move past; overtake; pass; ride past; run in; sail past; take in
rechtstrijken correct; fix; make good; put straight; rectify; set right
rechttrekken rectify
rechtzetten correct; fix; make good; put right; put straight; rectify; set right fix; mend; repair; restore
rectificeren put right; rectify; set right
verbeteren correct; put straight; rectify; set right better; correct; exchange; get better; improve; interchange; make better; make progress; progress; redevelop; renew; renovate; resume; swap; trade
- amend; correct; reclaim; refine; reform; regenerate; remediate; remedy; repair; right

Verwante woorden van "rectify":

Synoniemen voor "rectify":

Antoniemen van "rectify":

Verwante definities voor "rectify":

  1. convert into direct current1
    • rectify alternating current1
  2. make right or correct1
    • rectify the calculation1
  3. set straight or right1
    • rectify the inequities in salaries1
  4. bring, lead, or force to abandon a wrong or evil course of life, conduct, and adopt a right one1
  5. reduce to a fine, unmixed, or pure state; separate from extraneous matter or cleanse from impurities1
  6. math: determine the length of1
    • rectify a curve1

Wiktionary: rectify

  1. to correct or amend something
  1. met juiste informatie een misverstand corrigeren