Engels

Uitgebreide vertaling voor released (Engels) in het Nederlands

released:

released bijvoeglijk naamwoord

  1. released (freed; relieved; saved; liberated; rescued)
    bevrijd; verlost; gered
  2. released (slackened; relaxed; eased)
    vrijgegeven
  3. released (weakened; slackened; eased; relaxed)
    verzwakt; verslapt

Vertaal Matrix voor released:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bevrijd freed; liberated; released; relieved; rescued; saved
gered freed; liberated; released; relieved; rescued; saved
verlost freed; liberated; released; relieved; rescued; saved
verslapt eased; relaxed; released; slackened; weakened
verzwakt eased; relaxed; released; slackened; weakened
vrijgegeven eased; relaxed; released; slackened

Verwante woorden van "released":

  • unreleased

Synoniemen voor "released":


release:

to release werkwoord (releases, released, releasing)

  1. to release (set free; liberate; let go; set at liberty)
    vrijlaten; in vrijheid stellen; bevrijden; losmaken; van de boeien ontdoen; loslaten
    • vrijlaten werkwoord (laat vrij, liet vrij, lieten vrij, vrijgelaten)
    • in vrijheid stellen werkwoord (stel in vrijheid, stelt in vrijheid, stelde in vrijheid, stelden in vrijheid, in vrijheid gesteld)
    • bevrijden werkwoord (bevrijd, bevrijdt, bevrijdde, bevrijdden, bevrijd)
    • losmaken werkwoord (maak los, maakt los, maakte los, maakten los, losgemaakt)
    • van de boeien ontdoen werkwoord (ontdoe van de boeien, ontdoet van de boeien, ontdeed van de boeien, ontdeden van de boeien, van de boeien ontdaan)
    • loslaten werkwoord (laat los, liet los, lieten los, losgelaten)
  2. to release (make public; uncover; publish)
    vrijgeven; openstellen; toegankelijk maken; openen
    • vrijgeven werkwoord (geef vrij, geeft vrij, gaf vrij, gaven vrij, vrijgegeven)
    • openstellen werkwoord (stel open, stelt open, stelde open, stelden open, opengesteld)
    • toegankelijk maken werkwoord
    • openen werkwoord (open, opent, opende, openden, geopend)
  3. to release (launch; start)
    uitgeven; op de markt brengen; lanceren
  4. to release (dismiss; discharge; fire; )
    ontslaan; wegsturen; ontheffen; verzenden; wegzenden; uitsturen
    • ontslaan werkwoord (ontsla, ontslaat, ontsloeg, ontsloegen, ontslagen)
    • wegsturen werkwoord (stuur weg, stuurt weg, stuurde weg, stuurden weg, weggestuurd)
    • ontheffen werkwoord (onthef, ontheft, onthief, onthieven, ontheven)
    • verzenden werkwoord (verzend, verzendt, verzond, verzonden, verzonden)
    • wegzenden werkwoord (zend weg, zendt weg, zond weg, zonden weg, weggezonden)
    • uitsturen werkwoord (stuur uit, stuurt uit, stuurde uit, stuurden uit, uitgestuurd)
  5. to release (be freed from; be liberated)
    vrijkomen; ontsnappen; zich bevrijden; loskomen
    • vrijkomen werkwoord (kom vrij, komt vrij, kwam vrij, kwamen vrij, vrijgekomen)
    • ontsnappen werkwoord (ontsnap, ontsnapt, ontsnapte, ontsnapten, ontsnapt)
    • zich bevrijden werkwoord
    • loskomen werkwoord (kom los, komt los, kwam los, kwamen los, losgekomen)
  6. to release (set free; redeem; deliver; rescue)
    bevrijden van belegeraars; verlossen; ontzetten
  7. to release (liberate; free)
    verlossen; van last bevrijden
  8. to release (rid of)
    bevrijden van; afhelpen
  9. to release (loosen; unlace; work loose; untie; set free)
    losmaken; scheiden; loskrijgen; detacheren; loswerken
    • losmaken werkwoord (maak los, maakt los, maakte los, maakten los, losgemaakt)
    • scheiden werkwoord (scheid, scheidt, scheidde, scheidden, gescheiden)
    • loskrijgen werkwoord (krijg los, krijgt los, kreeg los, kregen los, losgekregen)
    • detacheren werkwoord (detacheer, detacheert, detacheerde, detacheerden, gedetacheerd)
    • loswerken werkwoord
  10. to release (grant an amnesty; let go)
    loslaten; vrijlaten; invrijheidstellen; laten gaan; amnestie verlenen
    • loslaten werkwoord (laat los, liet los, lieten los, losgelaten)
    • vrijlaten werkwoord (laat vrij, liet vrij, lieten vrij, vrijgelaten)
    • invrijheidstellen werkwoord
    • laten gaan werkwoord (laat gaan, liet gaan, lieten gaan, laten gaan)
    • amnestie verlenen werkwoord (verleen amnestie, verleent amnestie, verleende amnestie, verleenden amnestie, amnestie verleend)
  11. to release (fly; launch)
    oplaten; laten opstijgen
    • oplaten werkwoord (laat op, liet op, lieten op, opgelaten)
    • laten opstijgen werkwoord (laat opstijgen, liet opstijgen, lieten opstijgen, laten opstijgen)
  12. to release
    – To send a production order from the estimation and scheduling stage to the shop floor so that production can begin. 1
    vrijgeven
    • vrijgeven werkwoord (geef vrij, geeft vrij, gaf vrij, gaven vrij, vrijgegeven)

Conjugations for release:

present
  1. release
  2. release
  3. releases
  4. release
  5. release
  6. release
simple past
  1. released
  2. released
  3. released
  4. released
  5. released
  6. released
present perfect
  1. have released
  2. have released
  3. has released
  4. have released
  5. have released
  6. have released
past continuous
  1. was releasing
  2. were releasing
  3. was releasing
  4. were releasing
  5. were releasing
  6. were releasing
future
  1. shall release
  2. will release
  3. will release
  4. shall release
  5. will release
  6. will release
continuous present
  1. am releasing
  2. are releasing
  3. is releasing
  4. are releasing
  5. are releasing
  6. are releasing
subjunctive
  1. be released
  2. be released
  3. be released
  4. be released
  5. be released
  6. be released
diverse
  1. release!
  2. let's release!
  3. released
  4. releasing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

release [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the release (liberation; rescue; relief)
    de bevrijding; de verlossing; de redding; de vrijmaking; de ontzetting
  2. the release
    losraken; de loslating
  3. the release
    de invrijheidstelling
  4. the release (amnesty; remission; manumission; )
    de amnestie; de kwijtschelding; de vrijlating
  5. the release (exhaust pipe; outlet; exhaust; outflow)
    de uitlaat; de uitlaatpijp; de vlampijp
  6. the release (liberation; discharge; manumission; dismissal)
    de loslating; de vrijlating
  7. the release (bliss; redemption; salvation; )
    de verlossing; de zaligheid
  8. the release
    – A build promoted for use or deployment. A release can be internal and used for further testing or external and released or deployed. 1
    de versie
    • versie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor release:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
amnestie absolution; amnesty; liberation; manumission; pardon; release; remission
bevrijden liberating; liberation; releasing
bevrijding liberation; release; relief; rescue
detacheren detaching
invrijheidstelling release
kwijtschelding absolution; amnesty; liberation; manumission; pardon; release; remission absolution; amnesty; pardon; remission
lanceren launching; lifting
loslaten liberating; liberation; releasing
loslating discharge; dismissal; liberation; manumission; release
losraken release
ontslaan discharge; dismissal; firing
ontzetting liberation; release; relief; rescue dismay; state of shock
redding liberation; release; relief; rescue
uitgeven publication; publishing
uitlaat exhaust; exhaust pipe; outflow; outlet; release exhaust; exhaust-valve
uitlaatpijp exhaust; exhaust pipe; outflow; outlet; release
verlossing bliss; delight; deliverance; happiness; liberation; redemption; release; relief; rescue; salvation birth; childbirth; confinement; delivery
versie release reading; version
verzenden mailing
vlampijp exhaust; exhaust pipe; outflow; outlet; release
vrijlating absolution; amnesty; discharge; dismissal; liberation; manumission; pardon; release; remission
vrijmaking liberation; release; relief; rescue
wegsturen mailing
zaligheid bliss; delight; deliverance; happiness; liberation; redemption; release; rescue; salvation benediction; blessing; boon; kingdom of Heaven
- acquittance; button; departure; discharge; dismissal; dismission; exit; expiration; firing; freeing; going; handout; liberation; loss; outlet; passing; press release; sack; sacking; spill; spillage; tone ending; vent; waiver
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afhelpen release; rid of
amnestie verlenen grant an amnesty; let go; release
bevrijden let go; liberate; release; set at liberty; set free clear; disengage; free
bevrijden van release; rid of
bevrijden van belegeraars deliver; redeem; release; rescue; set free
detacheren loosen; release; set free; unlace; untie; work loose employ; hire; set to work
in vrijheid stellen let go; liberate; release; set at liberty; set free
invrijheidstellen grant an amnesty; let go; release
lanceren launch; release; start
laten gaan grant an amnesty; let go; release let free; let go; let loose; set free
laten opstijgen fly; launch; release
loskomen be freed from; be liberated; release be freed from; be liberated; come out; fall vacant; get loose; get off
loskrijgen loosen; release; set free; unlace; untie; work loose get undone; open; pull out; undo; unpick; untie
loslaten grant an amnesty; let go; liberate; release; set at liberty; set free let go; let loose; set free
losmaken let go; liberate; loosen; release; set at liberty; set free; unlace; untie; work loose bring about; bring on; effect; get undone; loose; loosen; produce; pull out; unpick; unpin; untie
losraken get loose
loswerken loosen; release; set free; unlace; untie; work loose
ontheffen discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack relieve someone of an obligation
ontslaan discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack
ontsnappen be freed from; be liberated; release escape
ontzetten deliver; redeem; release; rescue; set free deprive of; oust; remove
op de markt brengen launch; release; start
openen make public; publish; release; uncover add; add on to; bring up; broach; broach a subject; build out; cut into; expand; extend; introduce; open; open up; put forward; put on the table; start; swell; turn on; unlock; unscrew; widen
openstellen make public; publish; release; uncover
oplaten fly; launch; release
scheiden loosen; release; set free; unlace; untie; work loose break up; cleave; crack; differentiate; divide; divorce; go separate ways; part; separate; sever; split; split up; tear off
toegankelijk maken make public; publish; release; uncover
uitgeven launch; release; start issue; pay; publish; spend
uitsturen discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack
van de boeien ontdoen let go; liberate; release; set at liberty; set free remove the cuffs; unchain
van last bevrijden free; liberate; release
verlossen deliver; free; liberate; redeem; release; rescue; set free clear; disengage; free
verzenden discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack dispatch; email; send; submit
vrijgeven make public; publish; release; uncover let free; let go
vrijkomen be freed from; be liberated; release be freed from; be liberated; come out; fall vacant; get off
vrijlaten grant an amnesty; let go; liberate; release; set at liberty; set free
wegsturen discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack fob off with; not follow up; send
wegzenden discharge; dismiss; drop; fire; lay off; release; sack send
zich bevrijden be freed from; be liberated; release
- bring out; discharge; eject; exhaust; expel; free; give up; issue; let go; let go of; liberate; loose; publish; put out; relinquish; resign; secrete; turn; unblock; unfreeze; unloose; unloosen
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- exempt; free; set free

Verwante woorden van "release":


Synoniemen voor "release":


Antoniemen van "release":


Verwante definities voor "release":

  1. the act of liberating someone or something2
  2. (music) the act or manner of terminating a musical phrase or tone2
  3. a formal written statement of relinquishment2
  4. the termination of someone's employment (leaving them free to depart)2
  5. the act of allowing a fluid to escape2
  6. activity that frees or expresses creative energy or emotion2
  7. merchandise issued for sale or public showing (especially a record or film)2
    • a new release from the London Symphony Orchestra2
  8. a device that when pressed will release part of a mechanism2
  9. a legal document evidencing the discharge of a debt or obligation2
  10. an announcement distributed to members of the press in order to supplement or replace an oral presentation2
  11. euphemistic expressions for death2
  12. a process that liberates or discharges something2
    • there was a sudden release of oxygen2
    • the release of iodine from the thyroid gland2
  13. generate and separate from cells or bodily fluids2
    • release a hormone into the blood stream2
  14. eliminate (a substance)2
    • the plant releases a gas2
  15. make (assets) available2
    • release the holdings in the dictator's bank account2
  16. prepare and issue for public distribution or sale2
  17. let (something) fall or spill from a container2
  18. release, as from one's grip2
  19. release (gas or energy) as a result of a chemical reaction or physical decomposition2
  20. part with a possession or right2
  21. grant freedom to; free from confinement2
  22. make (information) available for publication2
    • release the list with the names of the prisoners2
  23. To relinquish control of a block of memory, a device, or another system resource to the operating system.1
  24. A build promoted for use or deployment. A release can be internal and used for further testing or external and released or deployed.1
  25. To send a production order from the estimation and scheduling stage to the shop floor so that production can begin.1

Wiktionary: release

release
verb
  1. to let go (of)
  2. to free or liberate
release
verb
  1. een geschrift in drukvorm verspreiden
  2. daadwerkelijk of overdrachtelijk van ketenen bevrijden
  3. zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken

Cross Translation:
FromToVia
release frankering; port; porto; bevrijding; ontheffing; verlossing; vrijlating affranchissementaction de rendre libre, action d'affranchir.
release afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken délivrerrendre libre de ce qui oppresser, de ce qui faire souffrir, de ce qui incommoder.
release laten; laten begaan; laten schieten; loslaten; toelaten laisserquitter quelqu'un ou quelque chose.
release afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken libérer — Rendre libre une personne ou un objet qui détenir par une loi ou une personne.
release loslaten; lossen; tappen; uitlaten; vieren; weglaten lâcherdétendre, desserrer quelque chose.
release hervormen; reformeren; herstellen; repareren; verhelpen; weer goed maken; verbeteren; veredelen; afhelpen; bevrijden; loslaten; verlossen; vrijlaten; vrijmaken réformerrétablir dans l’ancienne forme ; donner une meilleure forme à une chose ; la corriger, la rectifier, soit ajouter, soit retrancher.
release update révision — Logiciel corrigé

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van released