Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. trig:


Engels

Uitgebreide vertaling voor trig (Engels) in het Nederlands

trig:

trig [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the trig (trigonometry)
    de driehoeksmeting
  2. the trig (trigonometry)
    de trigonometrie

Vertaal Matrix voor trig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
driehoeksmeting trig; trigonometry
trigonometrie trig; trigonometry
- trigonometry
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- clean-cut; trim

Synoniemen voor "trig":


Verwante definities voor "trig":

  1. neat and smart in appearance1
    • the trig corporal in his jaunty cap1
  2. the mathematics of triangles and trigonometric functions1