Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. luster:
  2. Wiktionary:
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. luster:


Engels

Uitgebreide vertaling voor luster (Engels) in het Zweeds

luster:

luster [the ~] zelfstandig naamwoord, Amerikaans

  1. the luster (sparkle; sparkling; splendour; )
    glitter; glans; lyster
    • glitter [-ett] zelfstandig naamwoord
    • glans [-en] zelfstandig naamwoord
    • lyster [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor luster:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
glans glittering; luster; lustre; sparkle; sparkling; splendor; splendour brilliance; cleaner; gleam; glitter; glory; glow; lucidity; luminosity; polish; radiance; radiate; shine; sparkling; splendor; splendour
glitter glittering; luster; lustre; sparkle; sparkling; splendor; splendour brilliance; glimmering; glitter; glittering; radiance; sparkle; sparkling; twinkling
lyster glittering; luster; lustre; sparkle; sparkling; splendor; splendour
- brilliancy; lustre; sheen; shininess; splendor; splendour

Synoniemen voor "luster":


Verwante definities voor "luster":

  1. a surface coating for ceramics or porcelain1
  2. the visual property of something that shines with reflected light1
  3. a quality that outshines the usual1

Wiktionary: luster


Cross Translation:
FromToVia
luster kvinkvennat; lustrum Jahrfünft — Zeitraum von fünf Jahren



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor luster (Zweeds) in het Engels

luster:

luster zelfstandig naamwoord

  1. luster
    the lusts
    • lusts [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. luster
    the lecheries; the voluptuousnesses; the lusts; the sensualities

Vertaal Matrix voor luster:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lecheries luster
lusts luster
sensualities luster
voluptuousnesses luster