Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. churchgoer:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor churchgoer (Engels) in het Zweeds

churchgoer:

churchgoer [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the churchgoer
    kyrkgångare

Vertaal Matrix voor churchgoer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kyrkgångare churchgoer
- church member

Verwante woorden van "churchgoer":


Synoniemen voor "churchgoer":


Verwante definities voor "churchgoer":

  1. a religious person who goes to church regularly1

Wiktionary: churchgoer

churchgoer
noun
  1. one who goes to church

Cross Translation:
FromToVia
churchgoer trogen kyrkobesökare; kyrkobesökare Kirchgänger — Person, die regelmäßig zum Gottesdienst in der Kirche geht

Verwante vertalingen van churchgoer